Het uitgangspunt van de Wlz is dat een persoon met een indicatie voor de Wlz niet meer onder de Wmo 2015 of de Jeugdwet valt. Dat geldt in ieder geval voor de maatwerkvoorzieningen. Cliënten met een Wlz indicatie kunnen wel in aanmerking komen voor sociaal recreatief vervoer uit de Wmo 2015 en kunnen een beroep blijven doen op algemene voorzieningen.
Mensen met een Wlz indicatie hoeven niet per definitie intramurale zorg te krijgen. Ze kunnen ook een volledig pakket thuis (VPT), een Modulair Pakket Thuis (MPT) of een pgb krijgen. Maar de woningaanpassingen kunnen in dat geval niet uit de Wmo 2015 worden gefinancierd.
Inmiddels heeft het kabinet besloten dat hulpmiddelen en woningaanpassingen voor mensen met een Wlz indicatie die nog thuis wonen in 2016 nog onder de Wmo 2015 blijven vallen. Voor 2017 blijven we onverkort vasthouden aan het principe dat een cliënt met een Wlz indicatie voor al zijn voorzieningen onder de Wlz moet vallen, zodat hier geen onduidelijkheid over bestaat.
Hoofdstuk 13
Artikel 13.1
Wet Langdurige Zorg (Wlz) – Wmo 2015
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning