**1..** In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een jaarlijkse
belasting gedurende 10 jaren. Het verzoek genoemd in de eerste volzin
dient binnen 6 weken na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij
de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
gemeenteambtenaar te worden ingediend.
**2..** Het belastingjaar loopt van 15 december tot en met 14 december van het
daaropvolgende kalenderjaar.
**3..** De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal
verschuldigde, berekend op basis van een periode van 10 jaren en een
rentevoet van 4,5%.
**4..** De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar
worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van
de op 1 november van het belastingjaar, waarin de afkoop plaatsvindt,
nog te verschijnen belastingbedragen berekend naar een rentevoet van
4,5%.
Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse
heffing en de belastingplicht in de loop van het
belastingtijdvak als bedoeld in het eerste lid eindigt of
wijzigt als gevolg van het overdragen van eigendom, bezit of
beperkt recht, wordt de nieuwe genothebbende krachtens eigendom,
bezit of beperkt recht, met ingang van het eerstvolgende
belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor de resterende
belastingjaren van het belastingtijdvak, berekend overeenkomstig
het vierde lid van dit artikel.
In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek
van de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige de
jaarlijkse heffing overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd.
Het verzoek daartoe dient binnen zes weken na de dagtekening van
de aanslag ingevolge onderdeel a, schriftelijk bij de in artikel
231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
gemeenteambtenaar te worden ingediend.
**6..** Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing
en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het bezit of het
beperkt recht van een gedeelte van de onroerende zaak wordt
overgedragen, wordt, voor de verdeling van de resterende
belastingschuld, de maatstaf van heffing als bedoeld in artikel 4 voor
de betreffende onroerende zaak opnieuw vastgesteld voor de nog niet
verstreken belastingjaren.
Artikel 6
Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting
Onderdeel van nr 04.19 Verordening baatbelasting riolering Rhedense Veerweg 2004