De belastingschuld ontstaat bij het begin van het
belastingtijdvak.
Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het
belastingtijdvak, bedraagt de belasting zoveel twaalfde gedeelte van
het over het tijdvak verschuldigde bedrag als er na aanvang van de
belastingplicht nog volle kalendermaanden resteren.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde
gedeelte van de voor het tijdvak verschuldigde belasting als er in
dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle
kalendermaanden resteren.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing als de
belastingplichtige binnen het gebied dat aan de reclamebelasting
onderhevig is, verhuist en aldaar een andere onroerende zaak in
gebruik neemt waarvoor de belastingplicht geldt.
Artikel 6
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2016