In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan
de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede
twee maanden later.
Indien voor de heffing van de gemeentelijke belastingaanslagen een
machtiging wordt afgegeven is betaling van het totaalbedrag van deze
aanslag in acht gelijke termijnen mogelijk, mits het totaalbedrag
van de aanslag meer bedraagt dan € 80. De eerste termijn vervalt op
de laatste dag van de maand, volgend op de maand die in de
dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de overige termijnen
steeds een maand later.
Indien de machtiging wordt ingetrokken, de rekening waarvoor de
machtiging is afgegeven onvoldoende saldo bevat of als
afschrijvingen worden geweigerd of gestorneerd, wordt het restant
van de belastingschuld conform de termijnen genoemd onder 1, direct
opeisbaar.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2016