Naast de regels die gelden op grond van artikel 3 zijn de volgende regels van toepassing voor het plaatsen van uitstallingen.
Een uitstalling:
dient tegen het front van het bijbehorende winkelpand te worden geplaatst;
mag niet breder zijn dan de frontbreedte van het winkelpand, de toegang tot het pand niet meegerekend;
heeft een diepte van maximaal 1 meter, mits er een vrije doorgang voor de hulpverleningsdiensten van 4 meter beschikbaar blijft;
mag maximaal 2 meter hoog zijn gemeten vanaf de grond;
mag geen gevaar of hinder voor de omgeving of het passerend winkelpubliek opleveren;
dient een nette aanblik te hebben en mag geen aanleiding geven tot vervuiling of beschadiging van de openbare ruimte;
mag geen reclameborden of andere reclameobjecten bevatten.
De openbare ruimte die beschikbaar is voor het plaatsen van een uitstalling mag niet worden gebruikt als opslagplaats.
Het is niet toegestaan om vanuit de uitstalling verkoop te laten plaats vinden.
Het is niet toegestaan om t.b.v. de uitstalling zaken te bevestigen of voorzieningen aan te brengen in gemeentegrond.
Bij het plaatsen van een uitstalling dienen deuren en portieken alsmede de ontvluchtingsroutes van panden vrij te worden gehouden.
Artikel 5
Aanvullende regels voor het plaatsen van uitstallingen
Onderdeel van Beleidsregel reclameborden en uitstallingen