1.De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 2,
eerste lid, het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.
2.Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
beperkt recht aangemerkt degene die op het tijdstip van ingang van de heffing dan wel, indien de
belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting, bij de aanvang van het
belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip
geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in artikel 2, tweede lid, ter
zake van een onroerende zaak krachtens overeenkomst zijn of worden voldaan, wordt de
belasting ter zake van die onroerende zaak niet geheven.
Artikel 3
Belastingplicht
Onderdeel van nr 04.21 Verordening op de heffing en invordering van baatbelasting riolering gemeente Zevenaar2007