1.In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de belastingplichtige de belasting
geheven in de vorm van een jaarlijkse belasting gedurende 10 jaren. Het verzoek genoemd in de
eerste volzin dient binnen 6 weken na de dagtekening van de aanslag schriftelijk bij de in artikel
231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden
ingediend.
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
De jaarlijkse belasting bedraagt de annuïteit van het totaal verschuldigde, berekend op basis van
een periode van 10 jaren en een rentevoet van 6%.
4.De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar worden afgekocht. De
afkoopsom wordt bepaald op de contante waarde van de op 1 januari van het belastingjaar,
waarin de afkoop plaatsvindt, nog te verschijnen belastingbedragen berekend naar een
rentevoet van 6%.
5.a. Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing en de
belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak als bedoeld in het eerste lid eindigt of
wijzigt als gevolg van het overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht, wordt de nieuwe
genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht met ingang van het
eerstvolgende belastingjaar een aanslag ineens opgelegd voor de resterende belastingjaren
van het belastingtijdvak, berekend overeenkomstig het vierde lid van dit artikel.
b.In afwijking van het bepaalde in onderdeel a, wordt op verzoek van de in dat onderdeel
bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse heffing overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd.
Het verzoek daartoe dient binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag ingevolge
onderdeel a, schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet
bedoelde gemeenteambtenaar te worden ingediend.
6.Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing en in de loop van het
belastingtijdvak de eigendom, het bezit of het beperkt recht van een gedeelte van de onroerende
zaak wordt overgedragen, wordt, voor de verdeling van de resterende belastingschuld, de
maatstaf van heffing als bedoeld in artikel 4 voor de betreffende onroerende zaak opnieuw
vastgesteld voor de nog niet verstreken belastingjaren.
Artikel 6
Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting
Onderdeel van nr 04.21 Verordening op de heffing en invordering van baatbelasting riolering gemeente Zevenaar2007