1 De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven door middel
van het bij aanvang van het parkeren werpen van geld in parkeerapparatuur,
door middel van het al dan niet elektronisch in werking stellen van
parkeerapparatuur of het met behulp van een mobiele telefoon, computer of
ander communicatie-middel inloggen op de centrale computer van een
belparkeerprovider. Indien de parkeerapparatuur is voorzien van een
automatische slagboom moet de belasting worden betaald op het tijdstip
waarop het parkeren eindigt. Van de verschuldigde belasting per tijdseenheid
wordt op de parkeerapparatuur kennisgegeven. Het college van burgemeester en
wethouders geeft omtrent een en ander nadere regels.
2 De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van
voldoening op aangifte en moet worden betaald op het tijdstip waarop de
vergunning wordt verleend.
Artikel 6
Wijze van heffing en termijn van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2016