Het havengeld wordt geheven van de gezagvoerder, de reder, schipper,
de kapitein, de eigenaar van het vaartuig, degene aan wie het
vaartuig in gebruik is gegeven, degene die het vaartuig heeft
gecharterd dan wel degene die als vertegenwoordiger voor een van de
genoemde partijen optreedt.
Het kadegeld wordt geheven van degene, aan wie een kade-, oever-, of
steigergedeelte als opslagplaats is toegewezen, of van degene, die
of op wiens last de voor het opslaan, laden of lossen van goederen
en voorwerpen als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, benodigde
ruimte in gebruik heeft genomen.
Artikel 3
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven- en kadegeld 2016