Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 20

Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging

Onderdeel van Afvalstoffenverordening 2016 Gemeente Waalwijk

1 Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde plaats en/of buiten een inrichting in de zin van artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beinvloeding van het milieu. 2 Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen. 3 Het verbod is niet van toepassing op: het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen; het thuiscomposteren van groente-, fruit- en tuinafval; voor zover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere werkzaamheden op of aan de weg. 4 Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing voor zover de Wet bodembescherming of het Bouwstoffenbesluit voorzien in de met dit artikel beoogde bescherming van het milieu. Artikel 21 Achterlaten van straatafval 1 Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen. 2 Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen. Artikel 22 Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande afvalstoffen 1 Het is verboden afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter inzameling gereed staan, te doorzoeken en/of te verspreiden. 2 Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen of deze omver te werpen. Artikel 23 Afvalbakken in gelegenheden voor het verbruiken van eet- en drinkwaren De houder of beheerder van een gelegenheid, niet zijnde een inrichting in de zin van artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, waar eet- en drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht: a een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de gelegenheid op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek afval kan achterlaten; b zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp van een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft en dat die afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp steeds tijdig wordt geledigd; c zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de gelegenheid, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met het toezicht op de naleving van dit artikel, in de nabijheid van de gelegenheid achtergebleven afval, voor zover kennelijk uit of van die gelegenheid afkomstig, wordt opgeruimd. Artikel 24 Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijke of ander promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht deze of de verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen, indien deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden weggeworpen. Het in het eerste lid gestelde gebod geldt niet ten aanzien van het verspreiden van reclame- of strooibiljetten of dergelijke geschriften vanuit een luchtvaartuig. Artikel 25 Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige werkzaamheden 1 Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan worden beïnvloed. 2 Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig wordt beïnvloed, zijn degene die genoemde werkzaamheden verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te reinigen of te laten reinigen: direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert; direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het verkeer of beschadiging van het wegdek oplevert; indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke dag direct na beëindiging van de werkzaamheden. Artikel 26 Verbod opslag van afvalstoffen 1 Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek zichtbare plaats in de open lucht, buiten een inrichting in de zin van artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, op te slaan en/of opgeslagen te hebben. 2 Het college kan van het in het eerste lid omschreven verbod ontheffing verlenen. 3 Het verbod is niet van toepassing op het overdragen of ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst, andere door het college aangewezen inzamelaars of de personen of instanties die in het kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur een inzamelplicht hebben gekregen voor categorieën van huishoudelijke afvalstoffen. Artikel 27 Afgifte autowrakken afkomstig uit een huishouden Het is de eigenaar of kentekenhouder verboden zich te ontdoen van een autowrak, dat afkomstig is van een huishouden, anders dan door afgifte aan inrichtingen, genoemd in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel