Naar hoofdinhoud

Artikel 1

- Voorwerp van de belasting. Belastbaar feit.

Onderdeel van nr 04.20 Verordening bouwgrondbelasting bestemmingsplan Tatelaar 1975

1 a. In deze gemeente wordt onder de naam van "bouwgrondbelasting" in de vorm van een heffing in eens, een directe belasting geheven van de in artikel 5 aangeduide onroerende zaken, die geschikt of beter geschikt zijn geworden c.q. zullen worden dan wel in een voordeliger positie zijn gekomen c.q. zullen komen, door voorzieningen van openbaar nut, welke door c.q. met medewerking van het gemeentebestuur werden c.q. worden getroffen, voorzover de aan deze voorzieningen verbonden kosten niet krachtens overeenkomst aan de gemeente zijn of worden voldaan. De onder a genoemde belasting wordt voor de percelen, die groen gearceerd op de bij deze verordening behorende en gewaarmerkte situatietekening zijn aangegeven, geheven, indien een of meer der hierna onder 1 t/m 3 genoemde omstandigheden zijn ingetreden, met ingang van 1 januari van het jaar, direct volgend op het tijdstip waarop deze percelen geheel of gedeeltelijk worden gebruikt als bouwterrein danwel voor ambachtelijke-, industriële- of handelsdoeleinden en overigens overeenkomstig de ter plaatse geldende bestemmingsvoorschriften; de huidige eigenaar c.q. eigenaresse anders dan aan zijn of haar echtgeno(o)t(e) krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot van deze percelen geheel of gedeeltelijk overdraagt; de in lid 2 bedoelde echtgeno(o)t(e) krachtens eigendom, bezit of beperkt recht het genot van deze percelen geheel of gedeeltelijk overdraagt; geel gearceerd op de bij deze verordening behorende en gewaarmerkte situatietekening zijn aangegeven, geheven met ingang van 1 januari 1976. De in het eerste lid bedoelde voorzieningen van openbaar nut zijn: het verrichten van grondwerken met inbegrip van het egaliseren, ophogen en het afgraven van de gronden voor de desbetreffende voorzieningen van openbaar nut; de aanleg van wegen, parkeergelegenheden, trottoirs, voetpaden en andere rechtstreeks met de aanleg van deze voorzieningen verband houdende werken; de aanleg van plantsoenen en andere groenvoorzieningen; voorts de sierende elementen, welke rechtstreeks voortvloeien uit een juiste uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan; de aanleg van straatverlichting en brandkranen met de nodige aansluitingen; de aanleg van riolering, met inbegrip van de daarvoor nodige werken; het afbreken van aangekochte panden en het rooien van bomen; het aanpassen van de Delweg en de Didamseweg; een aandeel in de kosten van een rioolondergemaal en een transportriool; het verwerven en/of beschikbaar stellen van onroerende zaken voor de uitvoering van de onder a t/m h genoemde voorzieningen (ondergrond); het berekende renteverlies; de verschuldigde belasting toegevoegde waarde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel