Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 12

Faciliteiten en kosten

Onderdeel van Verordening Adviesraad Sociaal Domein 2016’

1.. De kosten van de Adviesraad komen in beginsel ten laste van de gemeente. Kosten kunnen worden gemaakt voor: het inhuren van inhoudelijke en secretariële ondersteuning; vorming en scholing van de leden; vergaderingen, administratieve en communicatieve zaken; het reizen naar vergaderingen of overige reizen in het belang van de taakuitvoering; speciale voorzieningen om ook leden met een beperking volwaardig aan de activiteiten van de Adviesraad te kunnen laten deelnemen; raadpleging doelgroepen. 2.. De ingevolge artikel 4.1 en artikel 4.5 benoemde leden van Adviesraad hebben recht op een vergoeding. Deze vergoeding wordt door het college vastgesteld. Het recht op vergoeding vervalt indien niet actief in de Adviesraad wordt geparticipeerd. 3.. Het college stelt aan de Adviesraad een zodanig budget beschikbaar dat deze in staat kan worden geacht haar adviserende taak op een goede wijze uit te voeren en de kosten voor de onder lid 1 genoemde posten a t/m f te dekken. 4.. Het budget wordt jaarlijks toegekend op basis van een begroting, die door de Adviesraad tijdig wordt overgelegd. De begroting gaat vergezeld van een werkplan. Onder tijdig wordt verstaan uiterlijk 1 september voorafgaande aan het kalenderjaar waarvoor het budget bedoeld is. 5.. Het jaarbudget wordt in beheer overgedragen aan de penningmeester van de Adviesraad, die daartoe een aparte (bank)rekening van de gemeente beheert. 6.. Indien aan het eind van een kalenderjaar een deel van het budget resteert wordt dit gerestitueerd aan de gemeente of verrekend met het budget van het daaropvolgende jaar. 7.. Verantwoording van de uitgaven uit het ter beschikking gestelde bedrag wordt eenmaal per jaar – uiterlijk 1 april van het daaropvolgend kalenderjaar - afgelegd door middel van een financieel jaarverslag en een beknopt inhoudelijk werkverslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel