**1..** De vergunning als bedoeld in artikel 4.1.2 kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken, als:
de vergunninghouder niet binnen één jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming;
de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
de aan de vergunning verbonden voorwaarden en voorschriften niet worden nageleefd, en/of
het gebruik van de vergunning leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op de leefbaarheid in de omgeving van het betreffende pand.
**2..** De vergunning als bedoeld in artikel 4.1.2 kan voorts door burgemeester en wethouders worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wetbevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
**3..** Voordat toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.8
Intrekkingsgronden
Onderdeel van Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2015, GEMEENTE UTRECHT