**1..** Er bestaat slechts aanspraak op een maatwerkvoorziening voor
zover:
deze noodzakelijk is om de cliënt in staat te stellen tot
zelfredzaamheid en participatie mede met het oog op het zo
lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven
wonen;
deze als goedkoopst passende bijdrage aan te merken is;
deze in overwegende mate op de cliënt gericht is.
**2..** Geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat:
indien de beperkingen van de cliënt met een voor hem als
algemeen gebruikelijk te beschouwen voorziening kunnen
worden opgelost dan wel kunnen worden verminderd;
voor zover de cliënt aanspraak kan maken op een voorliggende
voorziening;
voor zover er aan de zijde van de cliënt geen sprake is van
aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie
voorafgaand aan de melding;
indien er sprake is van een verzoek tot vervanging van een
eerder door het college toegekende voorziening terwijl deze
nog in voldoende mate ondersteuning biedt, en de eerder
toegekende voorziening nog niet technisch is afgeschreven
dan wel verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die
aan de cliënt zijn toe te rekenen;
indien de noodzaak tot ondersteuning is ontstaan als gevolg
van omstandigheden die in de risicosfeer van de cliënt
liggen.
**3..** De aanvraag om een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden
budget wordt in ieder geval geweigerd indien de maatwerkvoorziening
is gerealiseerd vóór de melding dan wel de aanvraag, tenzij de
noodzaak achteraf door het college kan worden vastgesteld.
**4..** De aanvraag om een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden
budget kan worden geweigerd indien de maatwerkvoorziening nog niet
is gerealiseerd vóór de melding dan wel de aanvraag, tenzij de
noodzaak achteraf door het college kan worden vastgesteld.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.2
Voorwaarden en weigeringsgronden
Onderdeel van Verordening Wmo gemeente Oisterwijk 2016