De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven
van degene die het voertuig heeft geparkeerd.
Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede
aangemerkt:
degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft
of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;
zolang geen voldoening van de belasting genoemd in
artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder
van het voertuig, met dien verstande dat
1e indien een voor ten hoogste drie maanden
aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit
blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze
overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de
houdermaar de huurder wordt aangemerkt als degene die
het voertuig heeft geparkeerd;
2e indien blijkt dat een ander in het kentekenregister
had moeten staan ingeschreven, die ander wordt
aangemerkt als degene die het voertuigheeft
geparkeerd.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet
geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel
b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt
aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het
parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik
gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen
voorkomen.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven
van degene die de vergunning heeft aangevraagd.
Artikel 3
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2016