De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet
overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het
parkeren. Indien gebruik wordt gemaakt van een parkeergarage of
belparkeren, gebeurt betaling achteraf.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet
overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop
de vergunning wordt verleend.
Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2016