Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 6.1

Bruikleen of in eigendom

Onderdeel van Wmo besluit Zoetermeer 2016

Bij de verstrekking van een maatwerkvoorziening in bruikleen of in eigendom kunnen, voor zover van toepassing in de individuele situatie, de volgende voorwaarden worden opgelegd: de cliënt dient goed voor een maatwerkvoorziening te zorgen en er voor te zorgen dat de normale levensduur gewaarborgd wordt; de cliënt dient een door gemeente aangewezen (rechts)persoon in de gelegenheid te stellen de maatwerkvoorziening te controleren; de cliënt dient aan het periodiek preventief onderhoud mee te werken wanneer het servicebedrijf dat met dit werk is belast, contact opneemt voor een afspraak; de cliënt dient onderhoud en noodzakelijke reparaties tijdig te laten verrichten; de cliënt dient aanpassingen aan de maatwerkvoorziening die technisch noodzakelijk zijn, te accepteren als deze voor een goed, duurzaam en veilig gebruik nodig zijn; de cliënt dient het College onmiddellijk te informeren over schade aan de maatwerkvoorziening alsmede over aan anderen toegebrachte schade door gebruik daarvan; de cliënt dient het College direct te informeren als de maatwerkvoorziening niet meer wordt gebruikt; de cliënt dient bij aflevering van de maatwerkvoorziening te tekenen voor ontvangst daarvan; de cliënt dient de voorschriften zoals deze door de fabrikant of leverancier zijn bijgeleverd met betrekking tot het gebruik, de bediening en het onderhoud van de maatwerkvoorziening stipt na te komen; de cliënt dient de maatwerkvoorziening in dezelfde staat terug te geven als waarin het aan hem verstrekt is. Bij beoordeling van de staat van de maatwerkvoorziening na inlevering blijven normale slijtage en veroudering buiten beschouwing; de cliënt mag de maatwerkvoorziening niet aan derden in gebruik geven of verhuren; de cliënt mag de maatwerkvoorziening alleen gebruiken voor het doel waarvoor het verstrekt is; de cliënt mag geen wijzigingen of aanpassingen aan de maatwerkvoorziening aanbrengen, tenzij het College hiervoor schriftelijk toestemming verleend heeft; de cliënt die jonger is dan 16 jaar dient, voor zover van toepassing, over een ontheffingsbewijs voor het gebruik van een elektrische vervoersvoorziening te beschikken.

Rechtspraak bij dit artikel