Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 7

Artikel 7.2

Hoogte tegemoetkoming meerkosten

Onderdeel van Wmo besluit Zoetermeer 2016

1.. De hoogte van de tegemoetkomingen zijn gebaseerd op de geïndexeerde bedragen van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Zoetermeer 2013. 2.. De hoogte van de tegemoetkoming voor: de verhuis- en herinrichtingskosten als bedoeld in artikel 10.1 vierde lid onder a van de verordening bedraagt € 2.913,64; de verhuis- en herinrichtingskosten als bedoeld in artikel 10.1 vierde lid onder b van de verordening bedraagt € 2.577,48; het bezoekbaar maken van de woning als bedoeld in artikel 10.1 eerste lid onder d van de verordening bedraagt maximaal € 6.264,31; het gebruik van een (eigen) auto bedraagt maximaal € 1.501,65 per jaar; de kosten van vervoer buiten de leefomgeving als bedoeld in artikel 10.1 eerste lid onder e van de verordening bedraagt maximaal € 481,87 per jaar; het gebruik van een taxi bedraagt maximaal € 1.501,65 per jaar; het gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt maximaal € 2.297,29 per jaar; de aanschaf van een sportvoorziening bedraagt maximaal € 2.801,58, welk bedrag is bedoeld voor de aanschaf (€ 2.353,33), onderhoud en reparatie (€ 448,25) van een sportvoorziening voor een periode van minimaal drie jaar. 3.. Het college kan de hoogte van de tegemoetkoming in het tweede lid onder d, f of g afstemmen op de samenvallende vervoersbehoeften van de echtgenoten of daarmee gelijkgestelden. 4.. Indien beide echtgenoten of daarmee gelijkgestelden in aanmerking komen voor een tegemoetkoming meerkosten zoals genoemd in het tweede lid onder d, f of g dan kan, bij volledig samenvallende vervoersbehoeften, aan elke bedoelde persoon een tegemoetkoming worden verstrekt welke tezamen niet meer bedragen dan 1 maal het bedrag genoemd in het eerste lid onder d, f of g; wanneer de vervoersbehoeften niet of slechts ten dele samenvallen, aan elke bedoelde persoon een tegemoetkoming worden verstrekt welke tezamen niet meer bedragen dan 1,5 maal het bedrag genoemd in het eerste lid onder d, f of g. 5.. Indien de cliënt beschikt over een scootmobiel of andere vervoersvoorziening, wordt de tegemoetkoming vastgesteld op 1/3 van het totale bedrag. 6.. Het college kan in individuele gevallen afwijken van de bedragen genoemd in het tweede lid onder d tot en met g indien de vervoersbehoefte als bedoeld in artikel 6.1 van dit Besluit daartoe aanleiding geeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel