De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:
van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in
artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de
zin van artikel 8, onder c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor
zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van deze
Verordening onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan
opvang Asielzoekers.
van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk
verblijf forensenbelasting is verschuldigd.
op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is
verschuldigd.
Artikel 3
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2016 (1e wijziging)