Aan het college en de burgemeester blijft, voor zover op het betreffende bestuursorgaan van toepassing, voorbehouden de bevoegdheid met betrekking tot:
het doorgeleiden van voorstellen naar de gemeenteraad;
het nemen van besluiten met betrekking tot de eigen rechtspositie;
het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften of beleidsregels, voor zover deze niet door de gemeenteraad worden vastgesteld;
het nemen van besluiten voor gevallen, welke niet onder een algemeen verbindend voorschrift of beleidsregel vallen;
het nemen van besluiten die leiden tot een afwijking van of aanvulling op een eerder vastgestelde gedrags- of beleidslijn;
het nemen van besluiten op grond van Hoofdstuk XI van Titel III van de Gemeentewet, met uitzondering van artikel 171;
het nemen van besluiten op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening voor zover deze zien op samenscholing en ongeregeldheden, betogingen, gebiedsontzeggingen, bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden of cameratoezicht op openbare plaatsen;
besluiten tot het aangaan van convenanten, intentieverklaringen of bestuursovereenkomsten;
besluiten tot het aangaan van overeenkomsten met derden, voor zover de verplichting niet blijft binnen het aan het algemeen bestuur toegekende financiële mandaat;
besluiten waarop artikel 169, lid 4, van de Gemeentewet van toepassing is;
het beslissen op bezwaarschriften met betrekking tot onder mandaat genomen besluiten;
het besluit op een verzoek om rechtstreeks beroep;
het besluit (hoger) beroep of cassatie aan te tekenen in civiele procedures;
het besluit (hoger) beroep in te stellen in publiekrechtelijke procedures;
het nemen van besluiten ten aanzien van alternatieve geschillenbeslechting, voor zover afspraken daarover niet vooraf schriftelijk zijn vastgelegd;
het besluit tot de oprichting of de deelneming van de gemeente in rechtspersonen;
het kwijtschelden en buiten invordering stellen van vorderingen met een financieel belang hoger dan € 5.000,00;
het besluit tot aanvaarding of afwijzing van erfstellingen, legaten of schenkingen;
het nemen van besluiten waarbij de uitvoering daarvan niet voorziene (financiële) consequenties heeft;
het benoemen van personen in bestuurscommissies dan wel andere commissies als bedoeld in artikel 83 respectievelijk artikel 84 van de Gemeentewet;
het verzenden van correspondentie gericht aan of van de gemeenteraad;
het verzenden van besluiten van de gemeenteraad;
het ondertekenen van correspondentie waarvan ondertekening door het bestuursorgaan zelf, uit oogpunt van representatie van de gemeente, gewenst is;
het nemen van besluiten die leiden tot afwijking van het aanbestedingsbeleid;
het adviseren over een verklaring omtrent gedrag;
zaken waarbij de afdoening van de betreffende zaak leidt tot strijdigheid dan wel afwijking van beleid, richtlijnen, algemene of bijzondere aanwijzingen van de mandaatverlener, wettelijke of interne voorschriften dan wel die plaatsvinden zonder dat een toereikend budget voorhanden is;
advisering naar aanleiding van een verzoek tot het toekennen van een Koninklijke onderscheiding;
beslissen op een verzoek tot het toekennen van een gemeentelijke onderscheiding;
het nemen van besluiten die reeds zijn gemandateerd aan een externe partij;
besluiten inzake aangelegenheden die niet in dit artikel zijn benoemd, maar waarvan door het bestuursorgaan vooraf bij het algemeen bestuur is aangegeven dat hij daarover zelf een besluit wenst te nemen.
Artikel 3.