Burgemeester en wethouders kunnen een bestuurlijke boete
opleggen voor overtreding van de verboden, bedoeld in de
artikelen 8, eerste en tweede lid, en 21 van de wet en voor het
handelen in strijd met de voorwaarden of voorschriften, bedoeld
in artikel 24 van de wet.
De op te leggen bestuurlijke boete voor een overtreding van het
verbod, bedoeld in artikel 8, eerste van de wet bedraagt ten
hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de eerste categorie,
bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van
Strafrecht.
De op te leggen bestuurlijke boete voor overtreding van de
verboden, bedoeld in de artikelen 8, tweede lid, of 21 van de
wet, of voor het handelen in strijd met de voorwaarden of
voorschriften, bedoeld in artikel 24 bedraagt ten hoogste €
5.000. Deze boete bedraagt ten hoogste € 10.000 als de
woonruimte waarop de overtreding betrekking heeft bedrijfsmatig
wordt geëxploiteerd.
Indien een bestuurlijke boete is opgelegd voor een overtreding
van de in het derde lid genoemde verboden, en binnen vijf jaar
herhaling van deze overtreding plaatsvindt, bedraagt de op te
leggen bestuurlijke boete ten hoogste 150% van de bedragen
genoemd in het derde lid.
Hoofdstuk 4
Artikel 21
Bestuurlijke boete
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Overbetuwe 2016