Het college vordert geen medegebruik als het bevoegd gezag de leegstand van het gebouw waarin het beoogde medegebruik moet plaatsvinden, in gebruik heeft gegeven aan een andere school of scholen voor het onderwijs aan die school of scholen, tenzij dat gebruik kan plaatsvinden in de voor die scholen al beschikbare huisvestingscapaciteit.
Het college gaat niet over tot vordering ten behoeve van medegebruik indien het bevoegd gezag, met goedkeuring van het college de leegstand van het gebouw, waarin het beoogde medegebruik dient plaats te vinden in gebruik heeft gegeven aan een peuterspeelzaal. De in gebruik gegeven m2 worden niet tot de capaciteit van de school gerekend.
Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet wordt:
als eerste de leegstand gevorderd in het gebouw dat in gebruik is bij een school van hetzelfde bevoegd gezag, tenzij uit oogpunt van doelmatigheid het vorderen van leegstand in een ander gebouw een betere oplossing biedt;
vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw waarin een school van dezelfde richting is gehuisvest en
vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat het dichtst gelegen is bij het hoofdgebouw van de school ten behoeve waarvan de vordering plaatsvindt.
Het college kan, indien de bij de vordering betrokken bevoegde gezagsorganen daarmee instemmen, in een individueel geval van de in het derde lid opgenomen volgorde afwijken.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1
Artikel 26.
Nalaten vorderen; volgorde van vorderen
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Achtkarspelen