De belastingschuld is verschuldigd bij het begin van het
belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de
belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het jaar
aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het
belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de
hogere belasting terzake van het toegenomen aantal honden,
verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten als er in dat
jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk
de toename van het aantal honden, nog kalendermaanden
overblijven, zulks met inachtneming van het onder b
bepaalde.
Vangt de belastingplicht voor de 16e van de maand aan, dan
is het recht over die maand ten volle verschuldigd; vangt de
belastingplicht op of na de 16e van de maand aan, dan is
over die maand geen recht verschuldigd.
Indien de belastingplicht in de loop van het
belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop
van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op
ontheffing van zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het
einde van de belastingplicht, respectievelijk de
vermindering van het aantal honden, nog kalendermaanden
overblijven, zulks met inachtneming van het onder b
bepaalde.
Eindigt de belastingplicht voor de 16e van de maand, dan
wordt over die volle maand ontheffing verleend. Eindigt de
belastingplicht op of na de 16e van de maand, dan wordt over
die maand geen ontheffing verleend.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang.
Onderdeel van VERORDENING HONDENBELASTING 2016