De precariobelasting is verschuldigd bij het einde van het
belastingtijdvak. Dit met uitzondering van de gevallen waar het
voorwerpen betreft die naar de omstandigheden beoordeeld, bedoeld
zijn het gehele jaar onder, op of boven voor de openbare dienst
bestemde gemeentegrondaanwezig te zijn.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting
verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak
verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven
geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor
dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak,
na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
overblijven.
Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.
Voor de toepassing van het vierde lid wordt het totaal van op één
aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één
belastingbedrag.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Precariobelasting Gemeente Zwijndrecht 2016