1. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 behoren aan het
Algemeen Bestuur alle bevoegdheden toe die niet ingevolge de
regeling aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter zijn
overgedragen. Het Algemeen Bestuur kan, door nadere regels te
stellen, het uitoefenen van deze bevoegdheden overdragen aan het
Dagelijks Bestuur, met dien verstande dat niet kunnen worden
overgedragen de bevoegdheden bedoeld in het tweede lid, onder
a.
2. Tot de in het eerste lid, eerste volzin, bedoelde bevoegdheden
behoren in ieder geval de volgende bevoegdheden:
Het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften ter
uitvoering van de in artikel 4 omschreven doelstelling;
Het nemen van besluiten tot de oprichting van en de
deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen,
verenigingen, coöperaties en onderlinge
waarborgmaatschappijen, met in achtneming van het bepaalde
in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke
Regelingen;
Het sluiten van (bestuurs)overeenkomsten met andere
overheden of bedrijven, gericht op de ondersteuning en
uitvoering van het te voeren beleid;
Het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen
verband houdende met financiering van handelingen ter
uitvoering van de doelstelling
Het aan de raden van de deelnemers verzoeken om, in het
kader van de in artikel 4 bedoelde doelstelling algemeen
verbindende voorschriften, door strafbepaling of
bestuursdwang te handhaven, vast te stellen.
Hoofdstuk III › Paragraaf 2
Artikel 11
Bevoegdheden
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard