1. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit drie leden.
2. Het Algemeen Bestuur wijst in zijn eerste vergadering van elke
zittingsperiode de leden van het Dagelijks Bestuur aan. Eén lid
wordt aangewezen uit de leden van het Algemeen Bestuur, welke
afkomstig zijn van het college van burgemeester en wethouders van de
gemeente Barendrecht, één lid, uit de leden van het Algemeen Bestuur
welke afkomstig zijn van het college van burgemeester en wethouders
van de gemeente Ridderkerk en één lid, uit de leden van het Algemeen
Bestuur welke afkomstig zijn van het college van burgemeester en
wethouders van de gemeente Rotterdam.
3. Bij verhindering of ontstentenis van een lid van het Dagelijks
Bestuur, dat deel uitmaakt van het college van burgemeester en
wethouders van Barendrecht, wordt hij zo nodig vervangen door het
door de raad van Barendrecht aangewezen (plaatsvervangend) lid uit
het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht. Het
bepaalde in de vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op de
vervangen van een lid van het Dagelijks Bestuur, dat deel uitmaakt
van het college van burgemeesters en wethouders van Ridderkerk dan
wel Rotterdam.
4. De door het Algemeen Bestuur aangewezen leden van het Dagelijks
Bestuur treden af als lid van het
Dagelijks Bestuur op de dag waarop de zittingsperiode van de leden
van het Algemeen Bestuur afloopt.
5. Indien tussentijds een plaats in het Dagelijks Bestuur openvalt,
wijst het Algemeen Bestuur een nieuw lid aan uit de gemeente van
waaruit het betreffende lid afkomstig is, met inachtname van het
gestelde in lid 2. Gaat het openvallen van een plaats in het
Dagelijks Bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het
Algemeen Bestuur, dan zal het Algemeen Bestuur het kiezen van een
nieuw lid van het Dagelijks Bestuur uitstellen totdat de
opengevallen plaats in het Algemeen Bestuur weer is bezet.
6. Degene die als lid van het Dagelijks Bestuur ontslag neemt of
overeenkomstig het bepaalde in het derde lid moet aftreden, blijft
zijn/haar functie waarnemen totdat een opvolger de functie heeft
aanvaard. Het nemen van ontslag geschiedt door schriftelijke
kennisgeving aan de voorzitter.
7. Degene die tussentijds ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te
zijn, houdt ook op lid van het Dagelijks
Bestuur te zijn.
Hoofdstuk IV › Paragraaf 1
Artikel 14
Samenstelling
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard