Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV › Paragraaf 1

Artikel 14

Samenstelling

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard

1. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit drie leden. 2. Het Algemeen Bestuur wijst in zijn eerste vergadering van elke zittingsperiode de leden van het Dagelijks Bestuur aan. Eén lid wordt aangewezen uit de leden van het Algemeen Bestuur, welke afkomstig zijn van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barendrecht, één lid, uit de leden van het Algemeen Bestuur welke afkomstig zijn van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk en één lid, uit de leden van het Algemeen Bestuur welke afkomstig zijn van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam. 3. Bij verhindering of ontstentenis van een lid van het Dagelijks Bestuur, dat deel uitmaakt van het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht, wordt hij zo nodig vervangen door het door de raad van Barendrecht aangewezen (plaatsvervangend) lid uit het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht. Het bepaalde in de vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op de vervangen van een lid van het Dagelijks Bestuur, dat deel uitmaakt van het college van burgemeesters en wethouders van Ridderkerk dan wel Rotterdam. 4. De door het Algemeen Bestuur aangewezen leden van het Dagelijks Bestuur treden af als lid van het Dagelijks Bestuur op de dag waarop de zittingsperiode van de leden van het Algemeen Bestuur afloopt. 5. Indien tussentijds een plaats in het Dagelijks Bestuur openvalt, wijst het Algemeen Bestuur een nieuw lid aan uit de gemeente van waaruit het betreffende lid afkomstig is, met inachtname van het gestelde in lid 2. Gaat het openvallen van een plaats in het Dagelijks Bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het Algemeen Bestuur, dan zal het Algemeen Bestuur het kiezen van een nieuw lid van het Dagelijks Bestuur uitstellen totdat de opengevallen plaats in het Algemeen Bestuur weer is bezet. 6. Degene die als lid van het Dagelijks Bestuur ontslag neemt of overeenkomstig het bepaalde in het derde lid moet aftreden, blijft zijn/haar functie waarnemen totdat een opvolger de functie heeft aanvaard. Het nemen van ontslag geschiedt door schriftelijke kennisgeving aan de voorzitter. 7. Degene die tussentijds ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te zijn, houdt ook op lid van het Dagelijks Bestuur te zijn.

Rechtspraak bij dit artikel