Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel 19

Benoeming

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard

1. De Voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur gekozen uit hen die tevens zijn aangewezen als lid van het Dagelijks Bestuur. 2. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door de Plaatsvervangend voorzitter. De Plaatsvervangend voorzitter wordt door en uit het Algemeen Bestuur gekozen uit hen die tevens zijn aangewezen als lid van het Dagelijks Bestuur en niet zijn aangewezen als Voorzitter. 3. De aanwijzing van de Voorzitter alsmede de Plaatsvervangend voorzitter vindt voor het eerst plaats in de eerste vergadering van het Algemeen Bestuur, en vervolgens jaarlijks, zodanig dat het voorzitterschap bij toerbeurt voor de duur van één jaar rouleert. 4. De voorzitter en Plaatsvervangend voorzitter treden af op de dag waarop de zittingsperiode van de leden van het Algemeen Bestuur afloopt. Zij blijven hun functie echter waarnemen totdat hun opvolgers deze functie hebben aanvaard. 5. Indien tussentijds de functie van Voorzitter beschikbaar komt, wijst het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk een nieuwe Voorzitter aan, zulks met inachtneming van het bepaalde in het eerste en derde lid. Gaat het beschikbaar komen van de functie van Voorzitter gepaard met het openvallen van een plaats in het Algemeen Bestuur, dan zal het Algemeen Bestuur het aanwijzen van een nieuwe Voorzitter uitstellen totdat de opengevallen plaats in het Algemeen Bestuur weer is bezet. Het bepaalde in de eerste en tweede volzin is van overeenkomstige toepassing op het tussentijds beschikbaar komen van de functie van Plaatsvervangend voorzitter, met dien verstande dat ten aanzien van de nieuwe aanwijzing het tweede lid overeenkomstig van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel