1. Een lid van het Algemeen Bestuur geeft het bestuursorgaan dat hem als
lid heeft aangewezen, gevraagd en ongevraagd, mondeling of schriftelijk
de door een of meerdere leden van dat bestuursorgaan overeenkomstig het
Reglement van Orde van dat bestuursorgaan verlangde inlichtingen,
waarvan het verstrekken niet in strijd is met artikel 16, vijfde lid Wet
gemeenschappelijke regelingen.
2. Alvorens de gevraagde inlichtingen zoals bedoeld in het eerste lid te
verstrekken, kan het lid zich daarover laten adviseren door het
Dagelijks Bestuur.
3. Een lid van het Algemeen Bestuur is aan het bestuursorgaan dat hem
als lid heeft aangewezen, verantwoording schuldig voor het door hem in
het Algemeen Bestuur gevoerde beleid. Het afleggen van verantwoording
vindt plaats op de wijze zoals geregeld in het Reglement van Orde van
het desbetreffende bestuursorgaan, met dien verstande dat daarbij een
termijn in acht wordt genomen die het lid de gelegenheid biedt om zich
desgewenst door het Dagelijks Bestuur te laten informeren.
4. De raad van een deelnemende gemeente is bevoegd een door hem
aangewezen lid van het Algemeen Bestuur ontslag te verlenen indien dit
lid het vertrouwen van de raad niet meer bezit, overeenkomstig het
bepaalde in het Reglement van Orde van de desbetreffende raad.
Hoofdstuk VI
Artikel 23
Externe werking, leden Algemeen Bestuur
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard