Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IX

Artikel 31

Begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard

1. Het Dagelijks Bestuur zendt jaarlijks vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten 2. Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting acht weken voordat zij aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. 4. De raden van de deelnemers kunnen binnen zes weken na toezending van de ontwerpbegroting het Dagelijks Bestuur van hun zienswijzen doen blijken. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze reactie is vervat binnen twee weken bij de ontwerpbegroting zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. 5. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting moet dienen. Na vaststelling wordt de begroting toegezonden aan de raden van de deelnemers. De vastgestelde begroting wordt binnen veertien dagen na vaststelling doch uiterlijk vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, gezonden aan Gedeputeerde Staten. 6. De raden van de deelnemers kunnen bij Gedeputeerde Staten hun zienswijzen over de vastgestelde begroting doen blijken. 7. In het geval Gedeputeerde Staten hebben bepaald dat de begroting voor het komende jaar goedkeuring behoeft, doet het Dagelijks Bestuur mededeling van de beslissing van Gedeputeerde Staten aan de raden van de deelnemers. 8. In de begroting wordt aangegeven het naar raming bepaalde batig of nadelig saldo. Het bepaalde in artikel 33 van de Wgr is van overeenkomstige toepassing. 9. Het bepaalde in het eerste tot en met zevende lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, zulks met inachtneming van het bepaalde in het negende lid. 10. Het bepaalde in het derde en vijfde lid is niet van toepassing op begrotingswijzigingen die: niet leiden tot overschrijding van het totaalbedrag van de lasten en/of baten van de begroting; en niet leiden tot een daling van het geraamde batig saldo dan wel stijging van het geraamde nadelig saldo.

Rechtspraak bij dit artikel