1. Op verzoek van de raad van één of meer der deelnemers zullen de
deelnemers de toepassing en werking van deze regeling evalueren.
2. De in het eerste lid bedoeld evaluatie heeft onder meer, doch niet
uitsluitend, tot doel na te gaan:
of, en zo ja in welke mate de in deze regeling geformuleerde
doelstellingen zijn behaald;
of, en zo ja in welke mate de in deze regeling vastgelegde
overdracht van taken en bevoegdheden, in het licht van de
doelstelling van deze regeling, aanpassing behoeft.
3. Door het Algemeen Bestuur wordt een regeling vastgesteld, volgens
welke procedure de in het eerste lid bedoelde evaluatie zal
plaatsvinden.