Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III › Paragraaf 1

Artikel 9

Einde lidmaatschap

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard

1. Het lidmaatschap eindigt als de raad van een deelnemende gemeente zijn aanwijzing intrekt, en in ieder geval op de dag waarop de zittingsperiode van de raad afloopt. 2. De raad van elke deelnemende gemeente beslist in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van nieuwe leden van het Algemeen Bestuur. 3. Degene die ophoudt wethouder dan wel burgemeester te zijn van de deelnemende gemeente waarvan de raad hem of haar als lid van het Algemeen Bestuur heeft aangewezen, houdt daarmee ook op lid van het Algemeen Bestuur te zijn. 4. Indien tussentijds een plaats van een door een raad aangewezen lid van het Algemeen Bestuur vacant of beschikbaar komt, wijst de raad die het aangaat in zijn eerstvolgende vergadering - of zo dat niet mogelijk zou zijn ten spoedigst- een na - een nieuw lid aan. Degene die ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het Algemeen Bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip, waarop degene in wiens of wier plaats hij of zij is benoemd, zou moeten aftreden. 5. Van elke aanwijzing tot lid van het Algemeen Bestuur geven burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeente binnen acht dagen kennis aan de voorzitter van het Algemeen Bestuur. 6. Een lid van het Algemeen Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mee aan de raad die hem heeft aangewezen. De in de vorige volzin bedoelde raad doet mededeling van het ontslag aan het Algemeen Bestuur. Het lid houdt zitting in het Algemeen Bestuur totdat in de opvolging is voorzien.

Rechtspraak bij dit artikel