Productenraming:
de door het college, op grond van artikel 3 en 5 van de Financiële verordening gemeente Pijnacker-Nootdorp 2006 en ter uitvoering van de programmabegroting, vastgestelde raming hoe de middelen, binnen het totaal van de lasten en baten per programma, worden ingezet over producten om de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren goederen en diensten te kunnen realiseren.
Budgethouderschap:
het op basis van deze regeling aangaan van verplichtingen of bestedingen van de door de raad beschikbaar gestelde middelen om daarmee de in de begroting aangegeven doeleinden te bereiken.
Budgethouder:
draagt binnen de organisatie eindverantwoordelijkheid voor een adequate organisatie van processen en activiteiten die nodig zijn voor de realisatie van de doelstellingen binnen de daarvoor via de programmabegroting en productenraming beschikbaar gestelde middelen. De budgethouder is belast met het feitelijk beheer van één of meer budgetten en de daaraan verbonden taakrealisaties.
Budget:
een door het college in de productenraming voor een bepaald jaar beschikbaar gesteld bedrag voor het doen van exploitatie-uitgaven en de daarvoor in de begroting geraamde inkomsten.
Krediet:
een door de raad of het college beschikbaar gesteld bedrag voor het doen van een concrete investering. De raad kan dit bedrag beschikbaar stellen bij de begroting van een bepaald jaar (veelal vervangingsinvesteringen), maar ook bij afzonderlijk besluit in de loop van het jaar.
Mandaat:
de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen (artikel 10:1 Algemene wet bestuursrecht).
Prestatiehouder:
de door een budgethouder aangewezen medewerker binnen de organisatie die facturen voor akkoord tekent voor wat betreft de feitelijke levering.
Project:
Een project is een eenmalige vernieuwing, verbetering of verandering die door middel van een nieuw, tijdelijk samenwerkingsverband (projectorganisatie) wordt gerealiseerd. Een project heeft een concreet eindresultaat, een duidelijk begin en eind, beperkende randvoorwaarden waarbinnen het eindresultaat gerealiseerd dient te worden, één opdrachtgever die zich aan het eindresultaat heeft verbonden, een uniek en eenmalig karakter en een mate van risico dat het eindresultaat niet wordt behaald.
Verplichting:
In de regeling van het budgethouderschap heeft het begrip verplichting twee betekenissen. In juridische zin is een verplichting het aangaan van een bindende overeenkomst, bijvoorbeeld voor de aankoop van goederen, de levering van diensten of het toekennen van een subsidie. In financiële zin wordt gesproken over het vastleggen van een verplichting. Hierbij wordt het bedrag van een komende factuur of een toegekende subsidie, vooruitlopend op de financiële transactie, vastgelegd in de administratie.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1.1
- Begrippenkader
Onderdeel van Regeling budgethouderschap en verplichtingen 2015