1.Een aanbieder is verplicht om bij de aanleg van kabels in openbare gronden zoveel
mogelijk (mede)gebruik te maken van bestaande, hetzij door andere aanbieders dan wel
door of in opdracht van het college aangelegde voorzieningen.
2.Het vooroverleg als bedoeld in artikel 2, tweede lid, dan wel een door het college
geëntameerd overleg naar aanleiding van een melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
is er mede op gericht te bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé gebruik kan
worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid.
3.Indien de aanbieder een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik te maken van de
vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, of kabel- en
leidingentunnels, is de aanbieder verplicht om voor de aanleg of uitbreiding van zijn
netwerk van deze voorzieningen gebruik te maken.
4.Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe kabels, dient
de aanbieder een alternatief tracé te kiezen, of aan andere aanbieders een billijk verzoek
tot medegebruik van kabels te doen, op grond van artikel 5.12, van de wet.
Artikel 8
(Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg
Onderdeel van nr 10.01 Verordening inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van de telecommunicatiekabels