De aanvraag om een tegemoetkoming wordt beoordeeld op grond van de volgende criteria. 1. Belanghebbende voert een zelfstandige huishouding en heeft:
een indicatie op basis van de Wet langdurige zorg; of
een maatwerkvoorziening op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning; of
een individuele gehandicaptenparkeerplaats of –kaart; of
een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Het (gezamenlijk) inkomen van belanghebbende is op de peildatum lager of gelijk aan 120% van het toepasselijk sociaal minimum, zoals omschreven in artikel 20 tot en met 24 van de Participatiewet. De kostendelersnorm zoals vastgesteld in artikel 22a van de Participatiewet is op deze regeling niet van toepassing. 3. Belanghebbende is 18 jaar of ouder.
Belanghebbende heeft ten minste € 100,- van het wettelijk eigen risico op grond van de Zorgverzekeringswet besteed. Gehuwden en daarmee gelijkstelden hoeven niet gelijktijdig te voldoen aan het criterium van de minimale besteding wettelijk eigen risico zorgverzekering. 5. Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op de tegemoetkoming kan, indien de partner voldoet aan deze criteria wel in aanmerking komen voor de tegemoetkoming. 6. Een (bij de ouder) inwonend kind van 18 jaar of ouder dat aan alle criteria voldoet kan voor de tegemoetkoming in aanmerking komen.
Artikel 2.