1. Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan de beheerder van
een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van
overdracht. Deze rechtsopvolger is de echtgenoot of geregistreerde partner of
andere levenspartner, dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de
derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van een
ander dan vorengenoemde personen is slechts mogelijk indien daarvoor
gewichtige redenen bestaan.
2. Na het overlijden van de rechthebbende of gebruiker kan het grafrecht worden
overgeschreven op naam van de echtgenoot, geregistreerde partner of andere
levenspartner dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde
graad, mits de aanvraag hiertoe wordt gedaan binnen 1 jaar na het overlijden van
de rechthebbende of gebruiker. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende
ten name van een ander dan vorengenoemde personen is slechts mogelijk indien
daarvoor gewichtige redenen bestaan.
3. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving niet
wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, zijn
burgemeester en wethouders bevoegd het grafrecht vervallen te verklaren.
4. Na het verstrijken van de in het vorige lid genoemde termijn kunnen
burgemeester en wethouders het grafrecht alsnog op naam stellen van een
nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een (urnen)graf dat
inmiddels is geruimd.
5. Over elke overdracht of overboeking zijn de daarvoor vastgestelde kosten
verschuldigd.
Einde grafrechten