1. De ruiming van eigen graven of van urnengraven geschiedt met in achtneming
van de bij of krachtens de wet gestelde regels op aanvraag van de rechthebbende
en tegen betaling van de verschuldigde rechten.
2. De bij de ruiming van een graf aanwezige overblijfselen van lijken en / of
aanwezige asbussen, worden begraven en / of verstrooid op een door
burgemeester en wethouders aangewezen gedeelte van de begraafplaats.
3. Burgemeester en wethouders kunnen de rechthebbende op een eigen graf
toestemming verlenen om de overblijfselen van de overledenen die zich bevinden
in het graf waarop het uitsluitend recht betrekking heeft, opnieuw te doen
begraven in een ander graf.
4. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen
gedurende een periode van één jaar voor beëindiging van de grafrusttermijn de
beheerder schriftelijk verzoeken bij de ruiming de overblijfselen indien mogelijk
bijeen te doen brengen voor herbegraving in een graf elders, tegen betaling van
de verschuldigde kosten.
5. De rechthebbende van een eigen (urnen)graf kan de beheerder schriftelijk
verzoeken bij de ruiming de overblijfselen indien mogelijk bijeen te brengen voor
herbegraving of bijzetting elders ofte doen verstrooien.
Hoofdstuk
Artikel 24
Ruiming en herbegraving
Onderdeel van Beheersverordening begraafplaats Alphen-Chaam 2016