1. Het openen, sluiten en ruimen van graven, alsmede het opgraven en het opnieuw
begraven van stoffelijke resten, dan wel van een asbus, al dan niet met urn, in
een ander graf op de begraafplaats, geschiedt uitsluitend door de daartoe door
burgemeester en wethouders aangewezen personen.
2. Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien
daarbij geen andere personen aanwezig zijn, dan degenen die met deze
werkzaamheden zijn belast.
Overige bepalingen