1. Het is verboden op de begraafplaats:
a. zich op hinderlijke wijze te gedragen;
b. te colporteren of goederen voor verkoop aan te bieden;
c. op enige wijze reclame te maken voor handel of bedrijf;
d. op de graven te lopen of de begraafplaats te verontreinigen;
e. de graven, de gedenktekens, de beplanting, de gebouwen en de paden te
bekladden, te beschadigen of op enigerlei andere wijze te verontreinigen;
f. dieren mee te voeren, met uitzondering van een hond ter begeleiding van
een blinde;
g. dieren te begraven;
h. te gaan zitten anders dan op de daartoe aangebrachte zitplaatsen;
i. zich toegang tot de begraafplaats te verschaffen anders dan op de
daarvoor bestemde ingangen;
j. iets te doen of na te laten dat in strijd is met de eerbied van de
nagedachtenis van de overledene;
k. werkzaamheden aan grafbedekkingen door derden te laten verrichten,
behoudens artikel 20.
2. Het is verboden op de begraafplaats:
a. rij- of voertuigen, met uitzondering van invaliden-, kinder- en
wandelwagens, mee te nemen, anders dan ter gelegenheid van een
begrafenis of tot het vervoeren van materialen bestemd voor op de
begraafplaats te verrichten werkzaamheden;
b. met motorrijtuigen sneller dan 10 km per uur te rijden.
3. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld
in aanhef a van lid 2.