Lid 1
Aan de medewerker die het maximumsalaris van de voor hem geldende functieschaal heeft bereikt en blijk heeft gegeven de functie (kwalitatief en kwantitatief) overwegend op minimaal goede wijze te vervullen, kan maximaal twee uitloopperiodieken worden toegekend. De totale beoordeling moet minimaal grotendeels de kwalificatie ‘goed’ hebben, zonder aspecten op ‘onvoldoende’ of ‘matig’. De uitloopperiodiek wordt bepaald conform de methodiek zoals in artikel 15 is vastgesteld. In 2016 zal de nieuwe Nota Beoordelen en Ontwikkelen vastgesteld worden met instemming van de OR. De criteria ten behoeve van de toekenning van de uitloopperiodieken worden daarin meegenomen en nader uitgewerkt.
Lid 2
De uitloopperiodieken betreffen één uitloopperiodiek per jaar. De extra periodiek kan voor het eerst toegekend worden, wanneer een medewerker zich tenminste drie jaar op het maximum van zijn functieschaal bevindt.
Lid 3
Medewerkers die reeds de maximale 54+ toelage in een TOR ontvangen, komen niet in aanmerking voor deze extra uitloopperiodieken.
Lid 4
In afwijking van het bepaalde in dit artikel kan het college nadere regels vaststellen.