1.De subsidieontvanger moet toestemming vragen aan het college voor de hieronder genoemde
rechtshandelingen:
het oprichten danwel deelnemen in een rechtspersoon;
het wijzigen van de statuten;
het in eigendom verwerven, vervreemden of het bezwaren van registergoederen, indien zij
mede zijn verworven door middel van de subsidiegelden, danwel de lasten daarvoor mede
worden bekostigd uit de subsidiegelden;
d.het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring
van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan, indien deze goederen geheel of
gedeeltelijk zijn verworven door middel van de subsidie danwel de uitgaven daarvoor mede
zijn bekostigd uit de subsidie;
het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening;
het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich verbindt tot
zekerheidstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij hij
zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt;
het vormen van fondsen en reserveringen;
het vaststellen of wijzigen van tarieven voor door de subsidieontvanger in de gewone
uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties;
i.het ontbinden van de rechtspersoon en de bestemming van een eventueel batig
liquidatiesaldo bij ontbinding van een subsidieontvanger;
j.het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surseance van betaling.
2 . Het college kan ontheffing verlenen van de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk 4.
Artikel 27
Rechtshandelingen subsidieontvanger
Onderdeel van nr 12.01 Algemene Subsidieverordening