Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 13

Subsidievaststelling en Verantwoording

Onderdeel van nr 12.01 Algemene Subsidieverordening

1.De subsidieontvanger dient binnen twaalf weken, na afloop van de activiteit waarvoor subsidie isverleend of het subsidietijdvak een aanvraag tot subsidievaststelling in, tenzij de vaststelling van desubsidie anders is geregeld in een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 lid 1 Awb. 2.De aanvraag tot subsidievaststelling bevat een door het bestuur gewaarmerkt inhoudelijk verslagaangaande de gesubsidieerde activiteiten waarin in ieder geval de volgende onderdelen zijnopgenomen: -een beschrijving van de aard en omvang van de activiteiten, tenzij de subsidie voor de aanvang van de activiteiten wordt vastgesteld (art. 4:45 lid 1 Awb); een vergelijking van de nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen; een toelichting op de eventuele verschillen; een financieel overzicht van inkomsten en uitgaven. Het college kan ontheffing verlenen met betrekking tot het eerste lid indien het om een subsidiebedrag gaat van € 500,- en lager en direct bij subsidieverlening tot vaststelling overgaan. 4.Het college kan ontheffing verlenen van één of meer onderdelen van het tweede lid, indien naleving daarvan redelijkerwijs niet verlangd kan worden of indien daarmee geen aantoonbaar belang is gediend. 5.Het college kan overlegging van andere stukken of nadere informatie vragen, indien het college dit nodig acht voor de beoordeling van de aanvraag om vaststelling. 6.Indien de aanvraag tot vaststelling niet binnen de gestelde termijn is ontvangen, kan het college een termijn stellen voor het alsnog indienen van een aanvraag tot vaststelling (art 4:44 lid 3 Awb).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel