1.De subsidieontvanger dient, met betrekking tot de aanvraag tot
subsidieverlening, 1 keer in de 2 jaar,
uiterlijk op 1 april in, de begroting en het activiteitenplan voor de
komende 2 jaar, als bedoeld in art.
15 lid 1, 2 en 4 van deze verordening.
2.De subsidieontvanger dient, met betrekking tot de aanvraag tot
subsidievaststelling, 1 keer in de 2
jaar, uiterlijk op 1 april in, het activiteitenverslag en het financiële
verslag over de afgelopen twee
jaren.
3.Het college kan overlegging van andere stukken of nadere informatie
vragen, indien zij dit nodig
achten voor de beoordeling van de aanvraag om vaststelling.
4.Indien de aanvraag niet binnen de gestelde termijn is ontvangen, kan
het college een termijn stellen
voor het alsnog indienen van een aanvraag tot vaststelling.
5.Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel,
vindt eenmaal per 4 jaar een
beleidsmatige herijking van de subsidieverstrekking plaats.
Hoofdstuk 3.
Artikel 20
Aanvraag tot subsidieverlening en subsidievaststelling
Onderdeel van nr 12.01 Algemene Subsidieverordening