Er kan subsidie worden verstrekt voor activiteiten die, naar
inzicht van het college:
passen binnen gemeentelijke doelstellingen ten aanzien
van beleidsvelden zoals genoemd indeze verordening en de
notitie subsidiegrondslagen, danwel blijken uit
degemeentebegroting;
b.een direct Zevenaars belang hebben en in overwegende mate gericht zijn
op (specifiekegroepen van) inwoners van de gemeente Zevenaar;
c.in georganiseerd verband plaatsvinden, gericht zijn op het scheppen
van voorwaarden voorindividuele ontplooiing, het vergroten van de
zelfredzaamheid of het bevorderen van delichamelijke en geestelijke
gezondheid;
d.open van karakter en toegankelijk zijn voor alle inwoners of
specifieke groepen en eenbijdrage leveren aan de realisatie van de
gemeentelijke doelstelling;
e.gericht op het versterken van de gemeenschapszin en het instandhouden
en bevorderen vansociale verbanden in de gemeente Zevenaar.
f. een bijdrage leveren aan een lokale impuls voor creativiteit en
innovatiekracht van maatschappelijke partners in het sociale domein.
Teneinde in aanmerking te komen voor subsidie dient de
aanvrager:
de behoefte aan de activiteit, waarvoor subsidie wordt
aangevraagd, aannemelijk te maken;
aan te tonen dat de verwachting gerechtvaardigd is dat,
met inbegrip van de aangevraagdesubsidie, de financiële
middelen toereikend zijn om de activiteiten te kunnen
realiseren;
c.waar mogelijk zijn activiteiten af te stemmen op die van soortgelijke
instellingen en metdergelijke instellingen samen te werken. Het college
kan terzake voorschriften in eenbeschikking tot verlening van de
subsidie stellen;
geen activiteiten te verrichten die in strijd zijn met de
wet;
een vereniging te zijn met 10 of meer leden of een Stichting met
10 of meer deelnemers peractiviteit te zijn.
f. bij een verzoek om een bijdrage uit het innovatiefonds
sociaal domein, te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in de
beleidsregels `Innovatiefonds Sociaal Domein Zevenaar´.
De artikelen 6 en volgende zijn derhalve niet van toepassing op
innovatiegelden.
Subsidiering van activiteiten vindt niet plaats indien:
de instelling zelf in de kosten daarvan kan voorzien,
hetzij uit eigen middelen, hetzij uitmiddelen van
derden, tenzij het college van oordeel is dat de te
leveren activiteiten vandermate belang zijn dat van deze
regel kan worden afgeweken. Het college kan daartoe
nadere richtlijnen opstellen;
b.de activiteiten of nevenactiviteiten gericht zijn op de gemeenschap of
op doelgroepen waarinreeds op andere wijze is voorzien;
c.het commerciële activiteiten betreffen tenzij deze activiteiten
betrekking hebben op het innovatiefonds Sociaal domein, activiteiten die
het karakter dragen van discriminatie,in strijd zijn met de
fatsoensnormen en goede zeden of gestoeld zijn op
partijpolitieke,godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag;
d.subsidie leidt tot vermogensvorming1.
1 Bestemmingsreserves: indien inzichtelijk en helder geformuleerd vallen
deze niet onder vermogensvorming. Vrije reserves: welke
groter zijn dan 10% van het totaal aan eigen inkomsten en het toegekende
subsidiebedrag vallen onder vermogensvorming.
Hoofdstuk 1.
Artikel 5
Subsidiëring (art. 4:23 Awb)
Onderdeel van nr 12.01 Algemene Subsidieverordening