Naar hoofdinhoud
1.. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderhalfjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderhalfjaar. 2.. In andere dan in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periodegedurende welke het belastbare feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Rechtspraak bij dit artikel