**1..** De belasting wordt geheven naar de grondslagen genoemd in lid 2 van dit
artikel en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende
tarieventabel.
**2..** De grondslagen van de belasting zijn:
Een vast bedrag per perceel;
Het gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per
perceel en de frequentie waarin de afvalstoffen ter inzameling
worden aangeboden per perceel;
Het op afroep inzamelen of achterlaten op de milieustraat of
andere incidentele dienstverlening als bedoeld in de hoofdstuk 3
van de bij deze verordening behorende tarieventabel.
**3..** Het gewicht van de periodiek ingezamelde afvalstoffen per perceel wordt
bepaald als volgt.
Uitgangspunt is het gewicht van de container met het daarin
aangeboden restafval, verminderd met het gewicht van die
container na lediging ervan.
Het totale gewicht van het periodiek ingezamelde restafval per
perceel vindt plaats door optelling van de gewichten van de
gedurende het belastingjaar op het perceel wekelijks ingezamelde
hoeveelheid.
Geen gewicht wordt bepaald voor het in de daartoe bestemde
container aangeboden GFT-afval.
Evenmin wordt het gewicht bepaald van afvalstoffen die worden
aangeboden in een ondergrondse container of met gebruikmaking
van een speciaal daarvoor bestemde afvalzak.
Voor de berekening van het gewicht is bepalend de registratie
door de weegapparatuur op de inzamelauto.
**4..** De frequentie waarin de afvalstoffen ter inzameling worden aangeboden
bedraagt de som van het aantal malen dat gedurende het belastingjaar op
een perceel door middel van een container rest- en GFT-afval wordt
aangeboden, dan wel het aantal malen dat gedurende het belastingjaar
afvalstoffen in een ondergrondse container worden gedeponeerd of door
middel van een speciaal daartoe bestemde zak worden aangeboden.
**5..** Indien tijdens enige inzamelbeurt door een calamiteit of technische
storing van de wegende inzamelauto of van de op de inzamelauto
geplaatste weeg-, herkennings- of registratie-apparatuur of van de
middelen waarmee de gegevens van de geledigde containers worden
opgeslagen, van een aangeboden container geen automatische weging of
herkenning of registratie of gegevensverwerking plaatsvindt, wordt voor
de inzameling van restafval, ongeacht of de bij het perceel behorende
containers worden aangeboden, voor betreffende inzamelbeurt een
forfaitair gewicht per perceel vastgesteld overeenkomstig het gestelde
in lid 6 en lid 7.
**6..** Het forfaitaire gewicht per perceel als bedoeld in lid 5 wordt bepaald
op een evenredig gedeelte van het totaal van het over de voorafgaande
zes maanden bij het betreffende perceel vastgestelde gewicht van het
restafval en het totaal aantal inzamelbeurten van deze afvalstoffen
gedurende die periode.
**7..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, of
indien om andere redenen geen forfaitair gewicht als bedoeld in lid 5
kan worden vastgesteld, wordt voor een perceel waarbij gebruik wordt
gemaakt van een restafvalcontainer, het forfaitaire gewicht voor de
betreffende inzamelbeurt vastgesteld op 10 kg.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een ondergrondse container wordt het
forfaitaire gewicht voor de betreffende aanbieding vastgesteld op 5
kg.
**8..** Indien tijdens enige inzamelbeurt door een calamiteit of door een
technische storing van de inzamelauto of van de op de inzamelauto
geplaatste herkennings- of registratieapparatuur, waarmee de gegevens
van de geledigde containers worden opgeslagen, geen automatische
herkenning, registratie of gegevensverwerking plaatsvindt, wordt voor de
inzameling van het GFT- en restafval per perceel, ongeacht of de bij
deze percelen behorende containers wel of niet worden aangeboden voor de
inzamelbeurt, geen forfaitaire lediging in rekening gebracht.
Artikel 5
Maatstaf van heffing en belastingtarief
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Oosterhout 2016