**1..** De belasting berekend naar de grondslag als bedoeld in artikel 5, lid 2,
letter a is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, zo dit
later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
**2..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is
de belasting bedoeld in onderdeel 1 van de tarieventabel verschuldigd
voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog
volle kalendermaanden overblijven.
**3..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de
voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in onderdeel 1 van de
tarieventabel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht,
nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de
ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.
**4..** Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander
perceel gebruik maakt.
**5..** De belasting berekend naar de grondslag als bedoeld in artikel 5, lid 2,
letter b, is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of eerder
indien de belastingplicht binnen de gemeente wordt beëindigd in de loop
van het belastingjaar.
**6..** Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. Voor de
toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een
aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing Oosterhout 2016