Naar hoofdinhoud
1.. Het bestuur zet in op vroegtijdige detectie en afhandeling van misbruik en oneigenlijk gebruik van de uitkering. 2.. Het recht op de uitkering en de rechtmatigheid van de verstrekte uitkering wordt onder meer gecontroleerd door middel van signaalcontroles en themacontroles. 3.. Het bestuur draagt zorg voor het op efficiënte wijze verkrijgen en onderzoeken van relevante informatie van de belanghebbende en derden met betrekking tot de uitkeringsaanvraag of voortzetting van de uitkering. 4.. Indien de belanghebbende tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan dan wel uit de wet voortvloeiende verplichtingen, met uitzondering van de inlichtingenplicht als bedoeld in lid 5, niet of onvoldoende nakomt, vindt afstemming van de uitkering plaats overeenkomstig de afstemmingsverordening. 5.. Indien de belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen inlichtingen verstrekt die van belang zijn of kunnen zijn voor de hoogte, de duur of de voortzetting van de uitkering, legt het bestuur een boete op zoals is voorgeschreven in de wetten. 6.. De ten onrechte verstrekte uitkering wordt teruggevorderd en ingevorderd zoals is voorgeschreven in de wetgeving en het gemeentelijk beleid.

Rechtspraak bij dit artikel