Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Welstandsnota gemeente Raalte 2016

Welstand is één van de instrumenten om richting te geven aan de kwaliteit van de fysieke ruimte. Het belangrijkste instrument is het bestemmingsplan en voor monumenten geldt specifieke wet- en regelgeving. Daarnaast zijn we als gemeente natuurlijk ook vaak richtinggevend voor ontwikkelingen in de fysieke ruimte als (mede)opdrachtgever. De gemeenteraad van Raalte heeft bij het vaststellen van de bezuinigingen op 3 juli 2014 besloten om het welstandstoezicht in de gemeente Raalte per 1 januari 2016 af te schaffen. Hiermee wordt een stap gezet om te komen tot minder regels en een lagere lastendruk voor de inwoners. Met deze Welstandsnota gemeente Raalte 2016 maakt Raalte een radicale ommezwaai in het tot nu toe gevoerde welstandsbeleid en wordt uitvoering gegeven aan het besluit van de gemeenteraad. De huidige maatschappelijke ontwikkelingen vragen van de overheid een nieuwe manier van werken die meer gebaseerd is op vertrouwen en minder op regelgeving. De sterke verruiming van het vergunningvrij bouwen en het wetsvoorstel ‘Private kwaliteitsborging voor het bouwen’ zijn landelijk voorbeelden hiervan binnen de bouwsector. Het verruimen van welstandsvrij bouwen past in deze ontwikkeling. In gemeenteland wordt hier al volop mee geëxperimenteerd. Enkele kleinere gemeenten hebben voor hun hele grondgebied een welstandsvrijbeleid, meerdere gemeenten zijn al grotendeels welstandsvrij en vele andere gemeenten experimenteren met deelgebieden. Evaluaties in deze gemeenten wijzen uit dat er (nagenoeg) geen nadelige effecten uit voort zijn gekomen. Natuurlijk zijn er situaties waar welstandsadvisering waarschijnlijk tot een andere verschijningsvorm zou hebben geleid, maar bijna geen enkele van deze gemeenten heeft de evaluatie geleid tot het terugdraaien van welstandsvrij bouwen. Het vertrouwen dat daar is gegeven aan de initiatiefnemers, veelal in samenwerking met de professionele partijen in de bouwsector, heeft dus goed uitgepakt. Welstandsvrij bouwen betekent in de praktijk dat een bouwplan niet meer wordt voorgelegd aan de welstandscommissie en dus geen beoordeling meer krijgt op kleurstelling, materiaalgebruik en gevelindeling. Er geldt nog wel een excessenregeling om op te kunnen treden tegen ‘buitensporige bouwwerken’ die ernstige afbreuk doen aan de ruimtelijke kwaliteit. Landelijk groeit de overtuiging dat we meer kunnen loslaten: meer vertrouwen en minder regelen. Dit geeft ruimte aan mensen die zelf hun omgeving willen en kunnen invullen. Deze ontwikkeling heeft zijn vertaling gekregen in deze welstandsnota.

Rechtspraak bij dit artikel