Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Relatie met overige beleidsvelden

Onderdeel van Welstandsnota gemeente Raalte 2016

3.1.. Welstand en ruimtelijke kwaliteit in groter verband Het handhaven en liefst versterken van de ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk uitgangspunt in het ruimtelijk beleid. Ruimtelijk kwaliteitsbeleid betekent: aandacht schenken aan cultuurhistorie en ruimtelijke identiteit, het creëren van een aantrekkelijke omgeving met ruimtelijke diversiteit in landschap, stedenbouw en architectuur en het verantwoord omgaan met natuur en ecologische waarden. Het welstandsbeleid staat niet op zich. Het is deels gebaseerd op beleidslijnen uit andere beleidsvelden. Vanuit de stedenbouw en de architectuur zijn er geen concrete beleidskaders opgesteld waarop het welstandsbeleid is gebaseerd; wel bestaat er een duidelijke visie op de benutting van de ruimte (o.a. Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening) en zijn er algemene architectonische aandachtspunten zoals vervat in de nota 'Werken aan ontwerpkracht'. Met deze nota wil het Rijk het voorbeeld geven op het gebied van ‘excellent opdrachtgeverschap’ in de architectuur en het ruimtelijk ontwerp. Er bestaan nauwelijks beleidsstukken waarin de relatie tussen natuurbeleid en welstand wordt uitgewerkt en geoperationaliseerd. Wel wordt met name in het bestemmingsplan buitengebied een relatie gelegd tussen de kwetsbaarheid en het bouwen in het algemeen. 3.2.. Welstand en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Het is wettelijk verplicht om een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit Bouwen te toetsen aan het lokale welstandsbeleid. In de welstandsnota wordt het lokale welstandsbeleid vastgelegd. In bijlage II van het Besluit omgevingsrecht zijn categorieën van gevallen aangegeven waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is. De reikwijdte van vergunningvrij bouwen wordt telkens verruimd. De laatste ‘verruiming’ is van eind 2014. Deze ontwikkeling past binnen de nieuwe manier van werken binnen de overheid die meer gebaseerd is op basis van vertrouwen en minder op regelgeving. Enkele typen bouwwerken zijn door hun situering uitgezonderd en zijn dus niet vergunningvrij: bouwwerken en terreinafscheidingen op korte afstand van openbaar toegankelijk gebied en dakkapellen op het voordakvlak. In deze situaties zijn de bouwwerken wel vergunningvrij als geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn. Met het aanwijzen van het gehele grondgebied van de gemeente als welstandvrij worden ook deze bouwwerken vergunningvrij. 3.3.. Welstand en het bestemmingsplan De ruimtelijk relevante aspecten kunnen -wanneer wenselijk en noodzakelijk- vertaald worden in het bestemmingsplan. Voor niet-ruimtelijk relevante aspecten is een vertaling in het bestemmingsplan niet mogelijk Het stellen van kwalitatieve eisen aan een gebouw, bijvoorbeeld het materiaalgebruik ten opzichte van de naastgelegen woning, dient vastgelegd te worden in een welstandsnota. Het bestemmingsplan kan alleen kwantitatieve (ruimtelijk relevante) eisen stellen zoals ten aanzien van gebruik, volume, ligging, hoogte, breedte, dakhelling en nokrichting. Het welstandsbeleid is in die zin een aanvulling op het bestemmingsplan m.b.t. kleurstelling, materiaalgebruik en verschijningsvorm. Een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt naast de technische eisen in het bouwbesluit en de bouwverordening, getoetst aan redelijke eisen van welstand en aan de bouwvoorschriften in het bestemmingsplan. Wanneer sprake is van gebieden waarvoor geen welstandscriteria gelden blijft alleen het bestemmingsplan als ruimtelijk toetsingskader over. Het bestemmingsplan is formeel juridisch ‘bindend’. 3.4.. Welstand en monumentenbeleid Ondanks dat het gebied waarin een monument is gelegen als welstandsvrij is aangewezen, dient bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen in, op, aan of bij een monument of het wijzigen van een monument een advies gevraagd te worden aan de monumentencommissie. 3.4.1.. Rijksmonumenten De bescherming van het monument zelf is geregeld in de Monumentenwet (1988). Deze wet geeft het Rijk de mogelijkheid om objecten ouder dan 50 jaar als rijksmonument aan te wijzen. Rijksmonumenten worden wettelijk beschermd via het vergunningenstelsel en bij restauratie zijn financiële middelen beschikbaar. Rijksmonumenten zijn in het Monumentenregister ingeschreven door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het hele object, of het nu een gebouw of een object in de openbare ruimte betreft, is beschermd. Veranderingen doorvoeren aan rijksmonumenten is niet verboden maar er dient te allen tijde een vergunning aangevraagd te worden. Het is verboden rijksmonumenten te beschadigen of te vernielen. Het is bovendien niet toegestaan een monument zo te herstellen, te gebruiken of laten gebruiken dat het monument in gevaar wordt gebracht of ontsierd wordt. Een vergunning wordt pas verleend na afweging van alle belangen van zowel de belanghebbende(n) als van het object zelf. Deze afweging wordt gemaakt door de Rijksmonumenten-commissie. Voorts kan de eigenaar een verzoek indienen bij de rijksoverheid om subsidie te krijgen voor restauratie of, bij bijzondere monumenten, voor onderhoud. In de gemeente Raalte zijn 98 rijksmonumenten. De lijst is als bijlage 5.2 bij deze nota gevoegd. 3.4.2.. Gemeentelijke monumenten De bescherming van het monument zelf is geregeld in de Erfgoedverordening. Net als bij rijksmonumenten dient bij bouwen en verbouwen aan een gemeentelijk monument van een afweging tussen de belangen van de belanghebbende(n) en de bescherming van het object zelf uitgegaan te worden. Bij een omgevingsvergunning voor het bouwen dient verplicht de gemeentelijke monumentencommissie om advies gevraagd te worden. Het besluit wordt genomen door Burgemeester en Wethouders. Een belangrijk verschil tussen rijksmonumenten enerzijds en gemeentelijke monumenten anderzijds is dat alleen de rijksmonumenten vallen onder het regime van de Monumentenwet en de ouderdomsnorm van 50 jaar kennen. De gemeente Raalte kent 74 gemeentelijke monumenten. De lijst is als bijlage 5.3 bij deze nota gevoegd. 3.4.3.. Karakteristieke panden In het bestemmingsplan buitengebied is een specifieke regeling opgenomen voor de daarin aangewezen karakteristieke panden. Het doel van deze aanwijzing is om de gebruiksmogelijkheden te verruimen om het behoud en de in stand houding van deze bouwwerken te stimuleren. Om dit doel te bereiken is in het bestemmingsplan Buitengebied voor deze panden geregeld dat het gehele pand voor ‘Wonen’ gebruikt mag worden. Zowel op grond van de welstandsnota 2010 als in deze welstandsnota 2016 krijgen deze panden geen extra bescherming. Het slopen van karakteristieke panden en boerderijen kan sowieso niet worden tegengegaan op basis van een welstandsnota. Dat kan alleen door ze aan te wijzen als gemeentelijk monument. In het bestemmingsplan buitengebied zijn 112 panden als karakteristiek aangewezen. De lijst is als bijlage 5.4 bij deze nota gevoegd. 3.4.4.. Beschermde stads- en dorpsgezichten De Monumentenwet geeft daarnaast de mogelijkheid tot aanwijzing van beschermde stads- en dorpsgezichten. Bouwen in beschermde stads- en dorpsgezichten is aan bepaalde regels gebonden. Deze zijn vervat in een aangepast bestemmingsplan en hebben primair betrekking op het respecteren van de lokale karakteristiek. Het opstellen van het aangepaste bestemmingsplan voor een beschermd stads- en dorpsgezicht gebeurt in nauwe samenspraak met de monumentencommissie en de Rijksdienst. Gemeente Raalte kent geen beschermde stads- en dorpsgezichten. 3.5.. Welstand en beeldkwaliteitplannen Voor gebieden met een planmatige functieverandering, zoals nieuwe woon- en werkgebieden en herontwikkelingsgebieden (stads- en dorpscentra, wijkontwikkelingsgebieden) kan voor de sturing van welstand ook een beeldkwaliteitplan worden opgesteld. De reikwijdte van een beeldkwaliteitplan betreft niet alleen de beeldkwaliteit van de bebouwing, maar kan ook een kader stellen voor de beeldkwaliteit van de openbare ruimte en landschap. Nadat het ontwikkelplan is gerealiseerd maakt het beeldkwaliteitsplan onderdeel uit van de welstandsnota. Als gevolg van het beleid in deze welstandsnota is het gehele grondgebied van de gemeente aangewezen als welstandsvrij. De bestaande beeldkwaliteitsplannen zijn vastgesteld als aanvulling van de welstandsnota en vormen daarmee een toetsingskader voor de welstand. Met het afschaffen van de welstandstoets dienen dus de bestaande beeldkwaliteitsplannen als aanvulling op de welstandsnota te worden ingetrokken. Nieuwe beeldkwaliteitsplannen worden ingevolge dit nieuwe beleid niet meer vastgesteld als aanvulling op de welstandsnota.

Rechtspraak bij dit artikel