Burgemeester en wethouders van Gouda
Gelet op de Algemene Plaatselijke Verordening Gouda 2009, verder te
noemen APV 2009;
besluiten:
Gelet op het bepaalde in artikel 2:5 APV Gouda 2009 ten aanzien van
“Gebruik van een openbare plaats niet overeenkomstig de
bestemming” de volgende nadere regels vast te
stellen:
I. vast te stellen de volgende bepalingen:
Definities:
1. Onder steiger wordt verstaan een tijdelijke constructie opgebouwd uit
steigerpijpen om het mogelijk te maken om te bouwen of onderhoud te
plegen op hoge plaatsen waar men niet makkelijk bij kan. Deze tijdelijke
constructie kan ook dienen voor het tijdelijk stutten van bouwwerken.
Uitzetsteunen, (driehoeks)stabilisatoren of andere extensies ten behoeve
van een steiger maken daarvan integraal onderdeel uit.
3. Een trottoir of stoep is een deel van de openbare weg, al dan niet
verhoogd aangelegd ten opzichte van de rijbaan, in ’t bijzonder
ingericht voor het verkeer van voetgangers; het trottoir is verhard en
de scheiding ervan met de andere gedeelten van de openbare weg is
duidelijk herkenbaar voor alle weggebruikers.
4. Onder een hekwerk of ander afscheidingsmateriaal wordt een
afscheiding begrepen van een plaats of terrein waarop een bouw-,
onderhouds- of sloopactiviteit plaatsvindt, of een tijdelijke
werkzaamheid in de grond-, weg- of waterbouw.
II. Ten aanzien van 2:5 lid 3 APV 2009 (vergunningvrij):
Gelet op de gevaren van schade aan de weg, voor de bruikbaarheid van de
weg en het doelmatig en veilig gebruik ervan de volgende categorieën en
nadere regels vast te stellen:
. bouwborden
Nadere regels:
1. het bouwbord kan redelijkerwijs niet anders dan op een openbare
plaats worden geplaatst (er is geen redelijk alternatief);
2. het bouwbord wordt geplaatst op – of in de directe nabijheid van –
het terrein waarop de bouw-, onderhouds- of sloopactiviteit of de
tijdelijke werkzaamheid in de grond-, weg- of waterbouw wordt
uitgevoerd;
3. bij de plaatsing mag geen sprake zijn van een afwijzingsgrond als
bedoeld in artikel 2:5, lid 4 van de Apv; de plaatsing mag niet in
strijd zijn met enige andere bepaling in de Apv;
4. het bouwbord mag geplaatst worden tijdens de periode dat de
desbetreffende activiteit of werkzaamheid plaatsvindt;
5. het bouwbord dient constructief veilig te zijn, zodat voldoende
weerstand kan worden geboden tegen belastingen vergelijkbaar met de
belastingen zoals deze zijn geformuleerd in het Bouwbesluit;
6. het bouwbord levert geen onevenredige overlast op voor gebruikers van
in de nabijheid gelegen onroerende zaken;
7. plaatsing van het bouwbord moet in overeenstemming plaatsvinden met
artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Dit houdt in dat het verboden is om
door plaatsing van het bouwbord gevaar of hinder te veroorzaken voor het
verkeer op de weg. Praktisch houdt dit met name in dat het niet is
toegestaan om het bouwbord op een lokatie te plaatsen waar het vrije
uitzicht van het wegverkeer wordt belemmerd;
8. het bouwbord mag niet verlicht worden en mag geen bewegende en/of
verlichte informatie bevatten;
9. er mag maximaal één bouwbord, met een maximale oppervlakte van 12 m2,
per activiteit of werkzaamheid geplaatst worden.
. te koop/te huur-borden
Nadere regels:
het te koop/te huur-bord kan redelijkerwijs niet anders dan op een
openbare plaats worden geplaatst (er is geen redelijk alternatief);
het te koop/te huur-bord wordt geplaatst op – of in de directe nabijheid
van – het perceel/object waarop het bord betrekking heeft;
bij de plaatsing mag geen sprake zijn van een afwijzingsgrond als
bedoeld in artikel 2:5, lid 4 van de Apv; de plaatsing mag niet in
strijd zijn met enige andere bepaling in de Apv;
het te koop/te huur-bord mag geplaatst worden tijdens de periode dat het
desbetreffende object daadwerkelijk te koop/te huur staat;
het te koop/te huur-bord dient constructief veilig te zijn, zodat
voldoende weerstand kan worden geboden tegen belastingen vergelijkbaar
met de belastingen zoals deze geformuleerd zijn in het Bouwbesluit;
het te koop/te huur-bord levert geen onevenredige overlast op voor
gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken;
plaatsing van het te koop/te huur-bord moet in overeenstemming
plaatsvinden met artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Dit houdt in dat het
verboden is om door plaatsing van het te koop/te huur-bord gevaar of
hinder te veroorzaken voor het verkeer op de weg. Praktisch houdt dit
met name in dat het niet is toegestaan om het te koop/te huur-bord op
een lokatie te plaatsen waar het vrije uitzicht van het wegverkeer wordt
belemmerd;
het te koop/te huur-bord mag geen bewegende en/of verlichte informatie
bevatten;
er mag maximaal één te koop/te huur-bord per perceel geplaatst worden,
met een maximale oppervlakte van 12 m2.
. bouwketen
Nadere regels:
1. de bouwkeet kan redelijkerwijs niet anders dan op een openbare plaats
worden geplaatst (er is geen redelijk alternatief);
2. de bouwkeet dient noodzakelijk/functioneel te zijn voor een bouw-,
onderhouds- of sloopactiviteit, of voor een tijdelijke werkzaamheid in
de grond-, weg- of waterbouw;
3. bij de plaatsing mag geen sprake zijn van een afwijzingsgrond als
bedoeld in artikel 2:5, lid 4 van de Apv; de plaatsing mag niet in
strijd zijn met enige andere bepaling in de Apv;
4. de plaatsing mag, in gebieden waar parkeergelegenheid aantoonbaar
schaars is, niet ten koste gaan van openbare parkeergelegenheid;
5. de opdrachtgever of uitvoerder dient minimaal twee weken voor de
plaatsing van de bouwkeet het college schriftelijk in kennis te stellen
van de voorgenomen plaatsing;
6. de bouwkeet moet voorzien zijn van de naam en het telefoonnummer van
de eigenaar/verhuurder en/of van de uitvoerder van de activiteit of
werkzaamheid;
7. de bouwkeet, voor zover geen mobiele schaftkeet zijnde, moet worden
geplaatst op rubberen rijplaten of ander beschermend materiaal (ter
voorkoming van beschadiging van de ondergrond);
8. plaatsing van de bouwkeet mag de bereikbaarheid van de nabije
omgeving, of de doorgaande weg, door politie-, brandweer- en
ambulancediensten niet belemmeren;
9. de bouwkeet mag niet geplaatst worden op (afvoer- en riool)putten,
deksels van ondergrondse brandkranen en riolen en afsluiters. Rond
brandkranen moet een straal van minimaal twee meter vrij zijn;
10. in- en (nood)uitgangen van woningen, bedrijfspanden en dergelijke
moeten bruikbaar en toegankelijk zijn;
11. plaatsing van de bouwkeet moet in overeenstemming plaatsvinden met
artikel 5 Wegenverkeerswet. Dit houdt in dat het verboden is om door
plaatsing van de bouwkeet gevaar of hinder te veroorzaken voor het
verkeer op de weg. Praktisch houdt dit met name in dat het niet is
toegestaan om de bouwkeet op een lokatie te plaatsen waar het vrije
uitzicht van het wegverkeer wordt belemmerd;
12. de bouwkeet moet op minimaal twee meter afstand van de gevel van
nabijgelegen gebouwen worden geplaatst in verband met mogelijk
brandgevaar.
. verplaatsbare toileteenheden
Nadere regels:
1. de verplaatsbare toileteenheid kan redelijkerwijs niet anders dan op
een openbare plaats worden geplaatst (er is geen redelijk
alternatief);
2. de verplaatsbare toileteenheid dient noodzakelijk/functioneel te zijn
voor een bouw-, onderhouds- of sloopactiviteit, of voor een tijdelijke
werkzaamheid in de grond-, weg- of waterbouw;
3. bij de plaatsing mag geen sprake zijn van een afwijzingsgrond als
bedoeld in artikel 2:5, lid 4 van de Apv; de plaatsing mag niet in
strijd zijn met enige andere bepaling in de Apv;
4. de plaatsing mag, in gebieden waar parkeergelegenheid aantoonbaar
schaars is, niet ten koste gaan van openbare parkeergelegenheid;
5. de verplaatsbare toileteenheid moet voorzien zijn van de naam en het
telefoonnummer van de eigenaar/verhuurder en/of van de uitvoerder van de
activiteit of werkzaamheid;
6. plaatsing van de verplaatsbare toileteenheid mag de bereikbaarheid
van de nabije omgeving, of de doorgaande weg, door politie-, brandweer-
en ambulancediensten niet belemmeren;
7. de verplaatsbare toileteenheid mag niet geplaatst worden op (afvoer-
en riool)putten, deksels van ondergrondse brandkranen en riolen en
afsluiters. Rond brandkranen moet een straal van minimaal twee meter
vrij zijn;
8. in- en (nood)uitgangen van woningen, bedrijfspanden en dergelijke
moeten bruikbaar en toegankelijk zijn;
9. plaatsing van de verplaatsbare toileteenheid moet in overeenstemming
plaatsvinden met artikel 5 Wegenverkeerswet. Dit houdt in dat het
verboden is om door plaatsing van de bouwkeet gevaar of hinder te
veroorzaken voor het verkeer op de weg. Praktisch houdt dit met name in
dat het niet is toegestaan om de verplaatsbare toileteenheid op een
lokatie te plaatsen waar het vrije uitzicht van het wegverkeer wordt
belemmerd;
10. de verplaatsbare toileteenheid moet op minimaal twee meter afstand
van de gevel van nabijgelegen gebouwen worden geplaatst in verband met
mogelijk brandgevaar.
. heistellingen, hijskranen en andere
hulpconstructies
Nadere regels:
1. de heistelling en dergelijke kan redelijkerwijs niet anders dan op
een openbare plaats geplaatst worden (er is geen redelijk
alternatief);
2. de heistelling en dergelijke is noodzakelijk/functioneel voor een
bouw-, onderhouds- of sloopactiviteit, of voor een tijdelijke
werkzaamheid in de grond-, weg- of waterbouw;
3. bij de plaatsing mag geen sprake zijn van een afwijzingsgrond als
bedoeld in artikel 2:5, lid 4 van de Apv; de plaatsing mag niet in
strijd zijn met enige andere bepaling in de Apv;
4. de plaatsing mag, in gebieden waar parkeergelegenheid aantoonbaar
schaars is, niet ten koste gaan van openbare parkeergelegenheid;
5. de opdrachtgever of uitvoerder dient minimaal twee weken voor de
plaatsing van de heistelling en dergelijke het college schriftelijk in
kennis te stellen van de voorgenomen plaatsing;
6. de heistelling en dergelijke moet voorzien zijn van de naam en het
telefoonnummer van de eigenaar/verhuurder en/of van de uitvoerder van de
activiteit of werkzaamheid;
7. de heistelling en dergelijke moet worden geplaatst op rubberen
rijplaten of ander beschermend materiaal (ter voorkoming van
beschadiging van de ondergrond);
8. de plaatsing van de heistelling en dergelijke mag de bereikbaarheid
van de nabije omgeving, of de doorgaande weg, door politie-, brandweer-
en ambulancediensten niet belemmeren;
9. de heistelling en dergelijke mag niet geplaatst worden op (afvoer- en
riool)putten, deksels van ondergrondse brandkranen en riolen en
afsluiters. Rond brandkranen moet een straal van minimaal twee meter
vrij zijn;
10. in- en (nood)uitgangen van woningen, bedrijfspanden en dergelijke
moeten bruikbaar en toegankelijk zijn;
11. de plaatsing van de heistelling en dergelijke moet in
overeenstemming plaatsvinden met artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Dit
houdt in dat het verboden is om door plaatsing van de heistelling en
dergelijke gevaar of hinder te veroorzaken voor het verkeer op de weg.
Praktisch houdt dit met name in dat het niet is toegestaan om de
heistelling en dergelijke op een lokatie te plaatsen waar het vrije
uitzicht van het wegverkeer wordt belemmerd.
. hekwerken en vergelijkbaar
afscheidingsmateriaal
Nadere regels:
1. het hekwerk kan redelijkerwijs niet anders dan op een openbare plaats
worden geplaatst (er is geen redelijk alternatief);
2. het hekwerk dient noodzakelijk/functioneel te zijn voor een bouw-,
onderhouds- of sloopactiviteit, of voor een tijdelijke werkzaamheid in
de grond-, weg- of waterbouw;
3. bij de plaatsing mag geen sprake zijn van een afwijzingsgrond als
bedoeld in artikel 2:5, lid 4 van de Apv; de plaatsing mag niet in
strijd zijn met enige andere bepaling in de Apv;
4. de plaatsing mag, in gebieden waar parkeergelegenheid aantoonbaar
schaars is, niet ten koste gaan van openbare parkeergelegenheid;
5. de opdrachtgever of uitvoerder dient minimaal twee weken voor de
plaatsing van het hekwerk het college in kennis te stellen van de
voorgenomen plaatsing;
6. het hekwerk dient constructief veilig te zijn, zodat voldoende
weerstand kan worden geboden tegen belastingen vergelijkbaar met de
belastingen zoals deze geformuleerd zijn in het Bouwbesluit;
7. het hekwerk moet voorzien zijn van de naam en het telefoonnummer van
de eigenaar/verhuurder en/of van de uitvoerder van activiteit of
werkzaamheid;
8. plaatsing van het hekwerk mag de bereikbaarheid van de nabije
omgeving, of de doorgaande weg, door politie-, brandweer- en
ambulancediensten niet belemmeren;
9. plaatsing van het hekwerk moet in overeenstemming plaatsvinden met
artikel 5 Wegenverkeerswet. Dit houdt in dat het verboden is om door
plaatsing van het hekwerk gevaar of hinder te veroorzaken voor het
verkeer op de weg. Praktisch houdt dit met name in dat het niet is
toegestaan om het hekwerk zodanig te plaatsen dat het vrije uitzicht van
het wegverkeer wordt belemmerd;
10. bij plaatsing van het hekwerk op het trottoir moet minimaal 1 meter
vrij zijn ten behoeve van het voetgangersverkeer.
· vlaggen, wimpels en vlaggenstokken
Nadere regel: Deze voorwerpen mogen geen gevaar of hinder opleveren voor
personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden
gebruikt.
· zonneschermen
Nadere regel: Deze voorwerpen dienen te zijn aangebracht boven het voor
voetgangers bestemde gedeelte van de weg en geen gevaar of hinder
opleveren voor personen en voor de bereikbaarheid door hulpdiensten .
Dit houdt in ieder geval in dat een zonnescherm:
- ten minste 2.20 meter boven de weg moet hangen; én
- een maximale uitval van 3 meter mag hebben; én
- maximaal 20% van de breedte van de weg mag beslaan.
· voorwerpen of stoffen die op de rijweg gezet worden in
verband met laden of lossen ervan.
Nadere regel: Het op deze wijze gebruiken van de weg moet noodzakelijk
(er is geen redelijk alternatief) en kortstondig zijn. Dit houdt in
ieder geval in dat de voorwerpen of stoffen onmiddellijk worden
verwijderd.
· zand, aarde en grint
Nadere regels:
1. plaatsing niet langer dan 5 opeenvolgende dagen;
2. geen plaatsing op de rijweg, fietspaden of in het openbaar
groen;
3. bij plaatsing op het trottoir moet minimaal 1 meter vrij zijn ten
behoeve van het voetgangersverkeer;
4. geen plaatsing op (afvoer- en riool)putten, deksels van ondergrondse
brandkranen en riolen en afsluiters. Rond brandkranen moet een straal
van 2,00 meter vrij zijn;
5. in- en (nood)uitgangen van woningen, bedrijfspanden en dergelijke
moeten bruikbaar en toegankelijk zijn.
· afval-, opslag- en vuilcontainers;
Nadere regels:
1. plaatsing niet langer dan 5 opeenvolgende dagen. Na het gebruik van
het vergunningvrij plaatsen mag gedurende twee weken daarna van deze
mogelijkheid géén gebruik worden gemaakt;
het vergunningsvrij plaatsen is alleen toegestaan op een
parkeerplaats;
3. de opdrachtgever dient twee weken voor de plaatsing het college in
kennis te stellen met een door de het college vastgesteld
meldingsformulier;
4. een container moet voorzien zijn van de naam en telefoonnummer van de
eigenaar en/of verhuurder;
5. een container moet worden geplaatst op rubberen rijplaten of ander
beschermend materiaal (ter voorkoming van beschadiging van de
ondergrond);
6. een container mag niet groter zijn dan 2,5 x 4 meter (maximale
afmetingen);
7. plaatsing van de container op de lokatie mag de bereikbaarheid van de
nabije omgeving, of de doorgaande weg, door politie-, brandweer- en
ambulancediensten niet belemmeren;
8. plaatsing van de container moet in overeenstemming plaatsvinden met
artikel 5 Wegenverkeerswet. Dit houdt in dat het verboden is om door
plaatsing (of gebruik) van de container gevaar of hinder te veroorzaken
voor het verkeer op de weg. Praktisch houdt dit met name in dat het niet
is toegestaan om de container op een lokatie te plaatsen waar het vrije
uitzicht van het wegverkeer wordt belemmerd;
9. de container moet op minimaal 2 meter afstand van de gevel van
nabijgelegen gebouwen worden geplaatst in verband met mogelijk
brandgevaar.
· steigers
Nadere regels:
1. plaatsing niet langer dan 14 opeenvolgende dagen:
2. geen plaatsing op de rijweg, fietspaden of in het openbaar
groen;
3. bij plaatsing op het trottoir moet minimaal 1 meter vrij zijn ten
behoeve van het voetgangersverkeer;
4. geen plaatsing op (afvoer- en riool)putten, deksels van ondergrondse
brandkranen en riolen en afsluiters. Rond brandkranen moet een straal
van 2,00 meter vrij zijn;
5. in- en (nood)uitgangen van woningen, bedrijfspanden en dergelijke
moeten bruikbaar en toegankelijk zijn;
6. steigers moeten aan de gevel worden vastgemaakt, er mogen geen
uitzetsteunen worden gebruikt (minimaal 1 meter van het trottoir moet
vrij blijven);
7. een steiger moet worden geplaatst op rubberen rijplaten of ander
beschermend materiaal (ter voorkoming van beschadiging van de
ondergrond);
8. plaatsing van de steiger mag de bereikbaarheid van de nabije
omgeving, of de doorgaande weg, door politie-, brandweer- en
ambulancediensten niet belemmeren;
9. plaatsing van de steiger moet in overeenstemming plaatsvinden met
artikel 5 Wegenverkeerswet. Dit houdt in dat het verboden is om door
plaatsing (of gebruik) van de steiger gevaar of hinder te veroorzaken
voor het verkeer op de weg. Praktisch houdt dit met name in dat het niet
is toegestaan om de steiger op een lokatie te plaatsen waar het vrije
uitzicht van het wegverkeer wordt belemmerd.
Onder 2:5 lid 1 APV Gouda 2009 (vergunning) vallen:
1. spandoeken;
2. uitstallingen;
3. driehoeks- en sandwichborden;
4. hekwerken en vergelijkbaar afscheidingsmateriaal;
5. bouw- en vergelijkbare materialen;
6. keten (met name bouw- en schaftketen);
7. verplaatsbare toileteenheden;
8. hijstellingen, hoogwerkers en kranen;
9. installaties, machines en werktuigen;
10. bouwplaatsinrichtingen;
11. containers;
12. alle onder artikel 2:5 lid 3 onder a. aangewezen categorieën voor
zover niet kan worden voldaan aan de daartoe gestelde nadere
regels.
Aldus besloten in de vergadering van 19 april 2011
Burgemeester en wethouders voornoemd,
, burgemeester
, secretaris
Openbaar gemaakt op: 25 mei 2011
In werking getreden op: 2 juni 2011
nadere regels artikel 2:5 APV met aanvulling vastgesteld door benw op 19 april 2011
gebruik openbare plaats